Terug naar soorten

Grote Bonte Specht

Dendrocopos major Spechten

Broedvogel
53jaren
3090territoria
141hoogste jaar

1973 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Grote Bonte Specht
Grote Bonte Specht Foto: Bengt Nyman from Vaxholm, Sweden · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Grote Bonte Specht is een algemene spechtensoort en een vogel van bosachtige streken. Het is de grootste van 'onze' bonte spechten (Grote, Middelste en Kleine). Deze standvogel leeft in zowel loof- als naaldbossen, maar komt ook voor bij boerderijen of in stadsparken en wijken, mits met veel bomen.

De Grote Bonte Specht is goed herkenbaar aan zijn formaat en rode verenpartijen, de meest opvallende zijn de anaalstreek en bij het mannetje de rode pet. In het voorjaar laat deze specht van zijn aanwezigheid blijken middels de kenmerkende roffel tegen een resonerende dode tak (hieronder te beluisteren). Zowel mannetje als vrouwtje 'drummen' er dan lustig op los om het territorium te duiden en de paarband te versterken. Echt zingen doen ze verder niet, onderling contact wordt onderhouden met korte scherpe roepjes: "klick, klick" of "kli-klick". De vlucht is een typisch golvende spechtenvlucht waarbij de witte schoudervlekken goed opvallen.

Ze beitelen zelf hun nest uit in bomen van bij voorkeur zacht hout. Het wordt verder niet bekleed anders dan met wat houtspaanders. De 4-7 eieren worden voornamelijk door het vrouwtje bebroed, beide ouders voeren de jongen.

Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit larven en insecten die onder boombast worden gevonden. In de winter wordt het dieet aangevuld met (denne)zaden en noten. Deze worden in spleten vastgeklemd en opengehakt. Vaak gebruiken ze daarvoor dezelfde boom, de smidse, en daaronder is de grond vaak bezaaid met voedselresten. Hoe waakzaam ze ook zijn, ze schuwen 's winters een bezoek aan een voedertafel niet.

Voorkomen

De dichtheid van Grote Bonte Spechten is het hoogst in de zwaar beboste delen van de zandgronden. Sinds 1975 breidde deze specht zich ook uit over de opener delen van het land, zodat hij tegenwoordig alleen nog in de meest boomloze landschappen ontbreekt. De opmars in Laag-Nederland was mogelijk door de toename van opgaande beplanting aldaar. De landelijke stand neemt nog steeds toe, iets dat bevorderd wordt door toenemende ouderdom van het Nederlandse bos en extensiever, op meer natuurlijk bos gericht beheer. In beide gevallen betekent dit meer voedsel en nestgelegenheid voor de Grote Bonte Specht (bron: zie vogel.asp r398).

De trend van broedparen in Meijendel volgt globaal de landelijke.

Vogelkenmerken

Algemene specht, hakt boomholten en zoekt insecten in schors.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van open boomkronen of hogere boomlaag. Gebruik van kegels van naaldbomen als voedselbron. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van een vaste smidse om harde prooien of zaden te openen.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Grote zaden, noten en eikels.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Duetroep of duetgedrag tussen partners.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.