Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenRoffel van Grote Bonte Specht
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie
Roffel van Grote Bonte Specht
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Grote Bonte Specht is goed herkenbaar aan zijn formaat en rode verenpartijen, de meest opvallende zijn de anaalstreek en bij het mannetje de rode pet. In het voorjaar laat deze specht van zijn aanwezigheid blijken middels de kenmerkende roffel tegen een resonerende dode tak (hieronder te beluisteren). Zowel mannetje als vrouwtje 'drummen' er dan lustig op los om het territorium te duiden en de paarband te versterken. Echt zingen doen ze verder niet, onderling contact wordt onderhouden met korte scherpe roepjes: "klick, klick" of "kli-klick". De vlucht is een typisch golvende spechtenvlucht waarbij de witte schoudervlekken goed opvallen.
Ze beitelen zelf hun nest uit in bomen van bij voorkeur zacht hout. Het wordt verder niet bekleed anders dan met wat houtspaanders. De 4-7 eieren worden voornamelijk door het vrouwtje bebroed, beide ouders voeren de jongen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit larven en insecten die onder boombast worden gevonden. In de winter wordt het dieet aangevuld met (denne)zaden en noten. Deze worden in spleten vastgeklemd en opengehakt. Vaak gebruiken ze daarvoor dezelfde boom, de smidse, en daaronder is de grond vaak bezaaid met voedselresten. Hoe waakzaam ze ook zijn, ze schuwen 's winters een bezoek aan een voedertafel niet.
Voorkomen
De trend van broedparen in Meijendel volgt globaal de landelijke.
Vogelkenmerken
Algemene specht, hakt boomholten en zoekt insecten in schors.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0