Terug naar soorten

Middelste Bonte Specht

Dendrocopos medius Spechten

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Middelste Bonte Specht
Middelste Bonte Specht Foto: Marek Szczepanek|http://www.marekszczepanek.pl/galeria.html

Beschrijving

De Middelste Bonte Specht lijkt erg op de Grote Bonte Specht, maar is kleiner en heeft een volledig rood petje en een rozige buik. Spechten staan bekend om hun roffel, maar de Middelste Bonte doet dat nauwelijks, hij roept zoiets als 'hieuw hieuw'. Hij kan wel roffelen -luister verderop- maar vermijdt wellicht de confrontatie met een Grote Bonte.

Het areaal beslaat een groot deel van Europa m.u.v. Groot Brittanië, Ierland en Scandinavië. Op het Iberische Schiereiland en in Italië komt de soort slechts lokaal voor. De oostgrens van Nederland ligt op de westelijke rand van het areaal en vorige eeuw waren de meeste broedgevallen hoofdzakelijk in Twente. De soort rukt vandaag de dag geleidelijk op naar het noordwesten. Deze expansie past binnen een uitbreidingsgolf die ook in Duitsland en België gaande is. De expansie wordt bevorderd door het ouder worden van bos en extensiever bosbeheer, met een grotere tolerantie voor dood of stervend hout. Waarnemingen ver buiten de broedgebieden zijn schaars, maar Middelste Bonte Spechten zijn inmiddels wel tot op de Waddeneilanden waargenomen (bron: Sovon ).

Middelste Bonte Spechten zijn standvogels die zelden van territorium wisselen. Ze houden van oudere, open bossen met ruwstammige bomen zoals eiken, en ook van oude boomgaarden. De nestholte is een gebruikte holte van een bonte specht of wordt uitgehakt in een boomstam of dikke tak van een loofboom. Bij voorkeur gebeurt dat in zachte houtsoorten als populieren, wilgen of elzen, maar ook dood of beschimmeld hout. De opening zit in de regel onder een afdak van een tak of iets dergelijks. Het mannetje doet het meeste hakwerk. De ouders broeden beide, voeren de jongen en houden het nest schoon. Er is één legsel, alleen bij verlies van eieren is er een tweede leg. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enige tijd bij de ouders.

Aanvullende informatie
Toename en uitbreiding van de Middelste Bonte Specht in Nederland in 1995-2021: een schoolvoorbeeld van een invasie. Limosa 96.1 2023
Nieuwsbericht (juli 2019) over de opmars van de Middelste Bonte Specht in Twente op sovon.nl.
"De Middelste Bonte Specht heeft een streepje voor." in Sovonnieuws (2019 nr. 1).
Op de Sovon landelijke dag 2011 heeft Jan Joost Bakhuizen een presentatie gegeven over de opmars van de Middelste Bonte Specht. Bekijk deze hier

Voorkomen

In het grootste deel van de twintigste eeuw was de Middelste Bonte Specht een zeldzaamheid. Van de negen broedgevallen tot en met 1995 stammen de meeste uit Twente rond 1960. Vanaf 1996 nestelt de soort jaarlijks in ons land, in toenemende aantallen. Na de eeuwwisseling steeg het aantal vlot van enkele tientallen naar vele honderden broedparen; in 2016 telt de broedpopulatie 825-950 paren. De verspreiding bleef aanvankelijk beperkt tot Zuid-Limburg, gevolgd door Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en Noord-Brabant. De soort rukt heden ten dage verder naar het noordwesten op (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Zeldzame loofbosspecht, afhankelijk van oude eiken met ruwe schors.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren op boomschors en in schorsspleten. Sterke binding aan de hoge kroonlaag van bomen.

Voedsel van volwassen vogels: fruit en bessen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen

Nestplaats en nestbouw: Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Gedrag, ecologie en levenswijze: Afhankelijkheid van oude bosstructuur of oud hout. Roffelt zelden.