Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Qua formaat zit deze vogelsoort tussen een Vink en een Spreeuw in. Kruin en rug zijn grijs met zwarte strepen, eentje door het midden over de rug en een aan beide kanten langs waar de vleugels beginnen. Door het oog loopt een bruine streep die het grijs scheidt van de hals. Voor het overige zijn het bruine, gemarmerde tinten, donker op de vleugels, geelbruin op keel en borst en vuilwit op de buik. De vrij lange, grijze staart is licht gebandeerd. De Draaihals heeft een korte rechte snavel met een spitse punt. De poten zijn kort en met lange tenen en nagels.
Deze spechtensoort heeft een voorkeur voor parkachtige bossen op droge grond, ook open terrein met boomgaarden, meestal loofbos, soms naald. Door zijn onopvallend gedrag en uitstekende schutkleur wordt hij moeilijk waargenomen. Zijn naam heeft hij te danken aan de typische gewoonte de kop een slag te draaien als hij zit. Een Draaihals fourageert op de grond of, voortbegewegend als een zangvogel, over de takken.
Draaihalzen zijn trekvogels, als enige spechtensoort. Ze broeden in een groot deel van Europa, vooral oost en zuid van Nederland, en dan vanuit Oost-Europa oostwaarts via Rusland naar Azië. In Nederland broeden ze nog zelden, op de Veluwe, in Drenthe en een enkele locatie elders op de zandgronden. Ze gebruiken vooral oude nestholtes van andere spechten of holtes in vermolmde loofbomen als nestplaats. Er zijn één of twee legsels.
De Draaihals is een zeer zeldzame vogel in Nederland en is ernstig bedreigd.
Voorkomen
De Draaihals is een zeldzame vogel die sinds 2004 op de Rode Lijst staat, er waren in dat jaar slechts 50 broedgevallen. In 2016 telt de broedpopulatie in ons land 60-80 paren (bron: zie vogel.asp r398).
In Meijendel is éénmaal, in 1999, één territorium vastgesteld. Dat deze soort toch niet helemaal uit Meijendel is verdwenen moge blijken uit de waarneming van een Draaihals tijdens een wintertelling van de vogelwerkgroep in 2016. Verder blijkt uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel dat daar 34 Draaihalzen zijn geringd in de periode 2000-2017.
Vogelkenmerken
Onopvallende spechtvogel, eet vooral mieren in open bosgebieden.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: RL: Ernstig bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren op of nabij mierennesten op de grond. Gebruik van open heide, stuifzand of droge pioniervegetatie.
Voedsel van volwassen vogels: Mieren als voedselbron. Bijen, hommels, wespen en mieren als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Nestplaats en nestbouw: Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Broeden in oud spechtenhol. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Gedrag, ecologie en levenswijze: Duetroep of duetgedrag tussen partners. Zeer verborgen gedrag.