Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De zomerganzen zijn eigenlijk hun natuurlijke aantallen ver voorbij geschoten. De Grauwe Gans is daarmee een probleemsoort geworden en wordt zelfs bestreden, hetgeen uiteraard tot veel, vaak verhitte discussies leidt. Lees meer over deze problematiek onder 'Broedsucces Grauwe Gans'.
Grauwe Ganzen vormen paren voor het leven. Het zijn vroege broeders; al in februari vliegen ze luid gakkend heen en weer op zoek naar een geschikte nestplaats. Dat nest wordt gemaakt van wat heide, gras, mos en dergelijke of is slechts een kuiltje op een kleine verhoging. Het wordt bekleed met dons en er komen 4-8 eieren in te liggen die de gans uitbroedt terwijl de gent de wacht houdt. De jongen worden door beide ouders verzorgd.
De Grauwe Gans voedt zich met gras, graan en peulvruchten, ook met waterplanten en opkomend riet.
Voorkomen
Tegelijkertijd neemt het aantal zomerganzen zulke proporties aan, dat zich allerlei negatieve effecten voordoen. De zomerganzen zijn feitelijk hun natuurlijke aantallen ver voorbij geschoten. Dit leidt niet alleen tot schade aan de landbouw, maar ook tot steeds meer negatieve effecten op de kwaliteit van de natuur.
De Grauwe Gans broedde voor het eerst in Meijendel in 1996. Sindsdien is ook hier het aantal broedparen fors toegenomen. Aanvankelijk waren er jaarlijks drie tot vijf paar, in 2009 piekte het aantal op 84. Het aantal broeparen lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren; klik de grotere grafiek boven om een lijngrafiek alsmede die stabilisatie zichtbaar te maken.
Vogelkenmerken
Grote grijze gans, graast op graslanden en akkers nabij water
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen. Foerageren in nat grasland of akker.
Voedsel van volwassen vogels: Gras en terrestrische vegetatie. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Jonge rietscheuten en rietvegetatie als voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen
Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig.
Bescherming
Diverse organisaties besteden aandacht aan deze problematiek. Kijk bijvoorbeeld bij de publicaties op Vogelbescherming.nl (gebruik de link hier boven) of Rijn in Beeld, daar is bovendien een analyserapport in te kijken. Ook SOVON heeft verschillende rapporten opgesteld over deze soort; kijk in het overzicht van publicaties op de site van Sovon. Kijk op dezelfde pagina ook bij 'Rapporten'.
De ganzenproblematiek heeft ook de politiek gehaald. Op Rijksoverheid.nl kunnen kamerstukken worden gezocht waarin de ganzenproblematiek/Grauwe Gans/overzomerende ganzen e.d. aan de orde komen.