Terug naar soorten

Grote Lijster

Turdus viscivorus Lijsters

Broedvogel Rode lijst KW|
53jaren
225territoria
21hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Grote Lijster
Grote Lijster Foto: Alun Williams333 · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Grote Lijster is de grootste van de in Nederland broedende lijsterachtigen. Oorspronkelijk was deze jaarvogel uitsluitend in sparrewouden en op beboste berghellingen te vinden. Maar tegenwoordig heeft hij zijn areaal uitgebreid, vooral in het oosten van ons land, en is te vinden in parkachtige bossen, parken en zelfs tuinen mits er maar grote bomen aanwezig zijn en open plekken om zijn voedsel te zoeken. Die uitbreiding zet zich naar het westen toe door en er worden ook in Meijendel in toenemende mate territoria van deze soort vastgesteld, met name in het noord-oostelijke deel, 6 territoria in 2012.

Deze lijster heeft een robuust postuur, staat opvallend rechtop en lijkt sterk op zijn kleinere neef de Zanglijster; wel doet hij zijn naam eer aan en is een behoorlijke slag groter. In de vlucht zijn opvallende witte vlekken onder de vleugel te zien. Zijn op een luidkeels zingende Merel gelijkende zang wordt vroeg in het voorjaar van een hoge zangpost ten gehore gebracht. Zijn voedsel bestaat uit zaden, bessen en vruchten, regenwormen en slakken, insecten en larven.

De Grote Lijster bouwt een omvangrijk nest. Het is een vroege broeder en vaak kan al eind februari zijn nest hoog in de nog kale bomen worden gevonden. Het legsel bestaat gemiddeld uit 4 eieren die door het vrouwtje worden uitgebroed. Beide ouders brengen de jongen groot. In de regel zijn er 2 broedsels.

Voorkomen

Rond 1930 was de Grote Lijster alleen in enkele delen van het land een (schaarse) broedvogel. De vestiging en uitbreiding elders hielden ruim een halve eeuw aan. Inzinkingen in de stand traden op na winters waarbij strenge vorst tot diep in Zuidwest-Europa doordrong. Sinds ongeveer 1995 nemen de landelijke aantallen gestaag af. Het verlies van voedselgebieden zal daarbij meespelen: op de hoge gronden zijn vele graslanden verdroogd of omgezet in maïs (bron: zie vogel.asp r398).

De trendlijn in Meijendel vertoont een lichte stijging; in 2017 werden 8 territoria vastgesteld.

Vogelkenmerken

Vochtige halfopen landschappen met mozaïekstructuur.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Houtduif-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van dode boomtoppen of dode takken als zang- of uitkijkpost. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Foerageren op open plekken, kale bodem of korte vegetatie. Gebruik van open bosranden en overgangszones naar grasland of heide. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.

Voedsel van volwassen vogels: Kevers en torren als belangrijke prooigroep. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. grote insecten Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron. fruit en bessen zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Spinnen als voedselbron.

Voedsel voor jongen: Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in vork van jonge boom of struik. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast. Agressieve verdediging of mobbing tegen predatoren. Langdurig optrekken in familiegroepen na uitvliegen.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.

Bescherming

Sinds ongeveer 1995 nemen de landelijke aantallen af, vooral in het zuidelijk deel van Nederland. Ook in de omliggende landen zit de soort in de achteruit. Het verlies van voedselgebieden zal daarbij meespelen. Op de plekken waar de soort het meest voorkomt zijn vele graslanden te droog of zijn boeren maïs gaan telen. Kleinschalige cultuurlandschap en bosrijke delen van de hogere zandgronden tellen nog de grootste aantallen grote lijsters. Ze zijn ook gevoelig voor strenge winters, dan zakt de stand in. Mogelijk is er meer aan de hand, maar daarvoor is meer onderzoek nodig (bron: Vogelbescherming Nederland ).