Terug naar soorten

Zanglijster

Turdus philomelos Lijsters

Broedvogel
66jaren
3326territoria
161hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zanglijster
Zanglijster Foto: Charles J. Sharp · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Zanglijsters zijn algemene broedvogels van bossen, parken en tuinen. De gevarieerde zang - de naam doet zoiets al vermoeden - is een verdragend, melodieus en klankvol geluid. Zanglijsters beginnen vroeg, ruim vòòr zonsopkomst, en eindigen laat met hun gezang en het krachtige lied wordt vanaf een hoge zangpost ten gehore gebracht. Vanuit een boomtop zingt de Zanglijster zijn uitgebreide repertoire, gekenmerkt door herhaalde strofes. Hoewel er in het najaar veel zanglijsters doortrekken, valt dat niet zo op omdat ze vooral 's nachts trekken en een onopvallende roep hebben.

Struikgewas, grasvelden, open plekken in bossen en op paden, dat is waar zanglijsters hun voedsel zoeken. Hij heeft een voorkeur voor wormen en slakken. Een typische zanglijstereigenschap is het stukslaan van slakkenhuizen op een vaste plek, een 'smidse', om zo bij het malse slakkenvlees te komen. Behalve slakken eten zanglijsters ook grote hoeveelheden insecten, duizendpoten en pissebedden, in najaar en winter ook bessen en fruit.

Het nest wordt verscholen in een dichte struik of in een boom gebouwd van twijgjes en stro, hoe onopvallender hoe liever het de Zanglijster is. Dichte vochtige bossen, zoals rabattenbossen en elzenhakhoutpercelen, zijn favoriet. Het komvormige nest wordt van binnen met modder glad afgewerkt. De 3-5 jongen worden door beide ouders grootgebracht. Bossen op droge zandgronden huisvesten veel minder zanglijsters, waarschijnlijk speelt kalkgebrek door verzuring van de bossen hier, net als bij mezen, een grote rol.

Voorkomen

Zanglijsters broeden bijna overal waar voldoende bomen en struiken aanwezig zijn. De dichtheden zijn nergens zo hoog als in gevarieerd loofbos, jonge aanplant en groene stadswijken. Streng winterweer dat tot in Zuid-Europa doordringt zorgt voor inzinkingen in de landelijke stand, zoals het geval was rond 1985. Series van zachtere winters zorgen voor een snel herstel. Op de langere termijn gerekend zijn de landelijke aantallen toegenomen. In delen van de hogere zandgronden namen ze echter af (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Slakkenspecialist met gebruik van vaste smidsen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van dode boomtoppen of dode takken als zang- of uitkijkpost. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van een vaste smidse om harde prooien of zaden te openen. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron. Kevers en torren als belangrijke prooigroep. fruit en bessen grote insecten

Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen. Kevers en torren als jongenvoedsel.

Nestplaats en nestbouw: Nest met modderbekleding aan de binnenzijde. Nest in struiken of struweelvegetatie. Open nest in open/lossere struikstructuur. Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Zang of activiteit vooral rond zonsopkomst en zonsondergang.

Migratie: Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen.