Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Oppervlakkig gekeken lijkt een Beflijster op een Merel, zeker op afstand. Maar bij nadere beschouwing valt natuurlijk de witte halve maan op de borst op. Verder zijn dan lichte randen langs de vleugelveren te zien, waardoor gesloten vleugels grijs zijn t.o.v. het zwart van de rest van deze lijsterachtige. Ook heeft de Beflijster geen gele oogring zoals de Merel. Het vrouwtje is wat minder zwart en dan valt de witte bef minder goed op.
Beflijster fourageren op de grond en het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit ongewervelde bodemdieren zoals kevers, spinnen en oorwurmen.
Beflijster zijn trekvogels. Ze broeden in rotsachtige gebieden in Noord-Europa en in Schotland. In de Alpen en op de Balkan komt een ondersoort voor. Het voorkeurshabitat is halfopen terrein met voldoende beschutting zoals bosranden, heide en duinen. Het nest wordt op de grond of in de begroeiing vlak er boven door het vrouwtje gebouwd met takjes, gras, wortels e.d. en wordt met mos bekleed. Twee legsels is niet ongebruikelijk. De noordelijke populaties trekken na het broedseizoen zuidwaarts, naar o.m. Zuid-Spanje en Noord-Afrika, om te overwinteren.
Tijdens de trek van en naar het zuiden worden Beflijsters ook in ons land gezien. Dat speelt zich grotendeels af tussen eind maart en half mei, met de grootste aantallen half april. Groepjes tot enkele tientallen vogels zoeken wat schralere graslanden in vooral de kuststrook en de binnenlandse heidevelden op. De najaarstrek opent half september, bereikt een piek in de eerste helft van oktober en loopt begin november af. Hoewel het op sommige dagen om forse aantallen gaat, merken gewoonlijk alleen trektellers daar wat van (bron: Sovon ).
Er zijn ook waarnemingen bekend van Beflijsters in Meijendel tijdens de trek. Meer dan eens zijn ze tijdens de wintertellingen door leden van de vogelwerkgroep gemeld, zoals in 2013, 2015, 2017 en meermalen in 2019.
Beflijster fourageren op de grond en het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit ongewervelde bodemdieren zoals kevers, spinnen en oorwurmen.
Beflijster zijn trekvogels. Ze broeden in rotsachtige gebieden in Noord-Europa en in Schotland. In de Alpen en op de Balkan komt een ondersoort voor. Het voorkeurshabitat is halfopen terrein met voldoende beschutting zoals bosranden, heide en duinen. Het nest wordt op de grond of in de begroeiing vlak er boven door het vrouwtje gebouwd met takjes, gras, wortels e.d. en wordt met mos bekleed. Twee legsels is niet ongebruikelijk. De noordelijke populaties trekken na het broedseizoen zuidwaarts, naar o.m. Zuid-Spanje en Noord-Afrika, om te overwinteren.
Tijdens de trek van en naar het zuiden worden Beflijsters ook in ons land gezien. Dat speelt zich grotendeels af tussen eind maart en half mei, met de grootste aantallen half april. Groepjes tot enkele tientallen vogels zoeken wat schralere graslanden in vooral de kuststrook en de binnenlandse heidevelden op. De najaarstrek opent half september, bereikt een piek in de eerste helft van oktober en loopt begin november af. Hoewel het op sommige dagen om forse aantallen gaat, merken gewoonlijk alleen trektellers daar wat van (bron: Sovon ).
Er zijn ook waarnemingen bekend van Beflijsters in Meijendel tijdens de trek. Meer dan eens zijn ze tijdens de wintertellingen door leden van de vogelwerkgroep gemeld, zoals in 2013, 2015, 2017 en meermalen in 2019.
Voorkomen
Zekere broedgevallen in Nederland zijn nog nooit vastgesteld. Meldingen over bijvoorbeeld nestbouw of vogels met afleidingsgedrag zijn onvoldoende gedocumenteerd of missen bewijs voor broeden. Beflijsters laat in mei of zelfs juni, soms zingend, kunnen late doortrekkers zijn (bron: zie vogel.asp r398). Dat is zeer waarschijnlijk ook het geval geweest met de territoria die in Meijendel zijn vastgesteld. Maar omdat de waarnemingen aan de landelijke criteria (BMP) hebben voldaan zijn ze geregistreerd.