Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Koperwiek is een lijsterachtige van het postuur en formaat Zanglijster en lijkt daar enigszins op, de staart is relatief kort. De bovendelen zijn bruin en de onderzijde is donker gestreept op een witte ondergrond. De flanken zijn roestrood en dat loopt door tot in de 'oksels' die daardoor in de vlucht goed opvallen; de ondervleugels zijn 'kopergekleurd'. Dat is een belangrijk onderscheid met de Zanglijster. Op afstand is het koppatroon kenmerkend met een opvallende witte wenkbrauw- en mondstreep.
Koperwieken broeden in Noord-Europese naaldbossen en ook in wilgenbossen op 'fjelds', de overigens kale vlaktes van Scandinavische rotsplateau's. Ze zijn met name in september en oktober in Nederland te zien, foeragerend op besdragende struiken in parken en tuinen, hagen en bosjes. Ze doen daarbij ook de duinen (van Meijendel!) aan want duindoorn is heel populair. Koperwieken zijn foeragerend vaak te zien in gezelschap van andere lijsters, meestal Kramsvogels.
Half oktober vindt bij naar noord draaiende winden soms massale trek plaats (overdag en 's nachts), zowel aan de kust als in het binnenland. Half november is die trek grotendeels voorbij. De landelijke aantallen zijn gewoonlijk niet groot. De voorjaarstrek begint in maart en is half april voorbij. Massale trek, zoals in het najaar, komt vrijwel niet voor (bron: Sovon ).
Koperwieken broeden in Noord-Europese naaldbossen en ook in wilgenbossen op 'fjelds', de overigens kale vlaktes van Scandinavische rotsplateau's. Ze zijn met name in september en oktober in Nederland te zien, foeragerend op besdragende struiken in parken en tuinen, hagen en bosjes. Ze doen daarbij ook de duinen (van Meijendel!) aan want duindoorn is heel populair. Koperwieken zijn foeragerend vaak te zien in gezelschap van andere lijsters, meestal Kramsvogels.
Half oktober vindt bij naar noord draaiende winden soms massale trek plaats (overdag en 's nachts), zowel aan de kust als in het binnenland. Half november is die trek grotendeels voorbij. De landelijke aantallen zijn gewoonlijk niet groot. De voorjaarstrek begint in maart en is half april voorbij. Massale trek, zoals in het najaar, komt vrijwel niet voor (bron: Sovon ).