Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Holenduif lijkt qua maat en vorm nogal op Rotsduif of Stadsduif, en ook verwarring met bepaalde typen postduiven is mogelijk. De Holenduif is een stuk kleiner dan de Houtduif. Het verenkleed is aan de bovenzijde blauwgrijs, hals en borst zijn roze en er zit een glanzend groene vlek in de nek. In de vlucht zijn op de vleugels twee opvallende donkere strepen te zien.
Oorspronkelijk maakten Holenduiven het nest in boomholtes, maar tegenwoordig lijken ze een stuk minder kieskeurig: ook konijnenholen, nestkasten en holtes in gebouwen worden nu gebruikt. Het nest blijft onbekleed, de meestal 2 eieren liggen op de kale bodem. Beide ouders bebroeden de eieren en verzorgen de jongen. In de regel volgt een tweede legsel, vaak een derde en soms zelfs een vierde!
Het voedsel bestaat voornamelijk uit graan, onkruidzaden en bessen, maar kent weinig dierlijke componenten.
Voorkomen
Mede dankzij het hoge aantal legsels en ondanks bedreigingen voor het legsel van marters, eekhoorns, zelfs katten, groeit het aantal Holenduiven in Nederland nog steeds, zij het met pieken en dalen.
Het aantal territoria in Meijendel vertoont een soortgelijk patroon als het landelijke, maar met een forse dip tussen 2000 en 2005.
Vogelkenmerken
Bosduif van oude bomen, broedt in natuurlijke boomholten.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep); Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van kleinschalig gemengd agrarisch landschap met afwisseling van gras, akkers en ruigte. Gebruik van bos als hoofdhabitat. Gebruik van holtebomen met open aanvliegruimte of bosranden.
Voedsel van volwassen vogels: granen plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden blad/groen plantaardig materiaal zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: kropmelk/halfverteerde zaden
Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Nestkast, platform of kunstmatige holte. Nest in natuurlijke boomholte of holle stam. Gebruik van uilenkast als broedplaats. Broeden in oud spechtenhol. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Gedrag, ecologie en levenswijze: Zeer lang broedseizoen. Tot vier broedsels per jaar mogelijk.