Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
'Onze' grootste duif komt wat plomp over. Op het grijze verenpak met roze borst en buik vallen de witte halsvlek op en het wit op de vleugels. Het opvliegen gaat met luid geklapper van de vleugels gepaard. Het gekoer van deze duif is alom bekend: 'Roe-koè-koe-roekoe' met de klemtoon op de eerste 'koe', regelmatig herhaald.
Het nest is een vrij dun maar stevig platform van takjes bijna altijd in een boom. Het vrouwtje maakt dat en legt er vervolgens 2 eieren in. Beide ouders bebroeden de eieren en verzorgen de jongen. In de regel volgt een tweede legsel.
Het voedsel bestaat uit graan en klaver, onkruidzaden en bessen. In stedelijk gebied eten Houtduiven ook (gevoerd) brood en afval. Vaak gaan grote groepen gezamenlijk op zoek naar voedsel en strijken o.a. neer op het boerenland waar ze dan behoorlijk schade kunnen veroorzaken aan bijvoorbeeld de koren- en koolvelden.
Voorkomen
De Houtduif is in Meijendel in de zeventiger jaren toegenomen tot een vrij stabiele dichtheid van rond de 35 territoria per km². Na 1990 is die dichtheid sterk afgenomen (grote grafiek boven de tabel). Waren er aanvankelijk nog bijna 40 broedterritoria per km², in 2005 dook dit aantal al onder de 10 per km², inmiddels is het verder terug gelopen naar rond de 5 per km². Ergo, vanaf de eerste BMP-telling in 1984 is het aantal Houtduiven letterlijk gedecimeerd!
De terugval van het aantal Houtduiven zou goed met de komst en groei van het aantal Haviken in Meijendel kunnen samenhangen, want de Houtduif staat hoog op de menulijst van deze roofvogel. En heden ten dage zal de toenemende aanwezigheid van de Slechtvalk (met een broedpoging in 2018) de Houtduif ongetwijfeld ook parten spelen.
Vogelkenmerken
Grote algemene duif, leeft in bossen, parken en landbouwgebied.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Houtduif-groep, Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van kleinschalig gemengd agrarisch landschap met afwisseling van gras, akkers en ruigte. Gebruik van bos als hoofdhabitat. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.
Voedsel van volwassen vogels: granen blad/groen plantaardig materiaal zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad
Voedsel voor jongen: kropmelk/halfverteerde zaden
Nestplaats en nestbouw: Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Zeer lang broedseizoen. Tot vier broedsels per jaar mogelijk.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.