Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Grote Pijlstormvogel is ondanks een spanwijdte van 105-122 cm niet de grootste pijlstormvogel. De bovendelen zijn bruingrijs, de onderdelen wit. Hij heeft een karakteristieke bruinzwarte kopkap omgeven door wit, in een smalle band in de nek verbredend richting de witte nek en borst. Op de zijborst zit een donkere vlek die naadloos aansluit aan het bruingrijs op de rug.
De Grote Pijlstormvogel lijkt op Kuhls Pijlstormvogel maar deze heeft niet die witte halsband en er zitten donkere vlekken en strepen op de ondervleugel en de okselveren waar Kuhls wit is. De stuit is duidelijk wit, net als bij Kuhls Pijlstormvogel. De snavel is lang, vrij dun en zwart.
De Grote Pijlstormvogel jaagt aan de oppervlakte op vis, inktvis en krill, maar plonsduikt soms ook in het water om voedsel te vinden.
Grote Pijlstormvogels zijn vogels van de Atlantische Oceaan. Ze broeden in de Zuidelijke Atlantische Oceaan, in grote kolonies op eilanden als Nightingale, Inaccessible, Tristan da Cunha en Gough. Het vrouwtje legt haar ene ei in een hol of soms op het gras. Nesten worden alleen 's nachts aangevlogen om predatie door meeuwen zoveel mogelijk te vermijden.
Om te overwinteren zwerven Grote Pijlstormvogels naar het noorden via het westen van de Atlantische Oceaan tot aan Groenland. Dan steken ze in 'onze' herfst over en worden vooral aan de westkust van Ierland en Groot-Brittanië gezien. In de Noordzee zijn ze zeer zeldzaam, waarnemingen vanaf de Nederlandse kust worden hoogstzelden gedaan. Er zijn tot 2011 negen vondsten langs de kust en negen zichtwaarnemingen op zee gedaan (Dutchbirding).
De Grote Pijlstormvogel lijkt op Kuhls Pijlstormvogel maar deze heeft niet die witte halsband en er zitten donkere vlekken en strepen op de ondervleugel en de okselveren waar Kuhls wit is. De stuit is duidelijk wit, net als bij Kuhls Pijlstormvogel. De snavel is lang, vrij dun en zwart.
De Grote Pijlstormvogel jaagt aan de oppervlakte op vis, inktvis en krill, maar plonsduikt soms ook in het water om voedsel te vinden.
Grote Pijlstormvogels zijn vogels van de Atlantische Oceaan. Ze broeden in de Zuidelijke Atlantische Oceaan, in grote kolonies op eilanden als Nightingale, Inaccessible, Tristan da Cunha en Gough. Het vrouwtje legt haar ene ei in een hol of soms op het gras. Nesten worden alleen 's nachts aangevlogen om predatie door meeuwen zoveel mogelijk te vermijden.
Om te overwinteren zwerven Grote Pijlstormvogels naar het noorden via het westen van de Atlantische Oceaan tot aan Groenland. Dan steken ze in 'onze' herfst over en worden vooral aan de westkust van Ierland en Groot-Brittanië gezien. In de Noordzee zijn ze zeer zeldzaam, waarnemingen vanaf de Nederlandse kust worden hoogstzelden gedaan. Er zijn tot 2011 negen vondsten langs de kust en negen zichtwaarnemingen op zee gedaan (Dutchbirding).
Achtergrond
Over Pijlstormvogels
Alle Pijlstormvogels zoals deze Grote Pijlstormvogel zijn bewoners van de open oceaan. Ze komen alleen aan land om te broeden. Daar kunnen ze maar moeizaam lopen. Een opvallend kenmerk van deze vogels is de robuuste snavel met een buis op de bovenkant, dit zijn neusgaten, en een stevige haak aan de voorkant. Kijk voor een detailfoto ervan bij de Noordse Stormvogel. Met die neusgaten kan op tientallen kilometers afstand drijvend voedsel worden opgespoord.![]() |
| Noordse pijlstormvogel. Klik voor vergroting.
Foto: Ómar Runólfsson [Wikimedia - CC BY 2.0] |
Het 'grondeffect' is een aerodynamisch begrip. Dicht bij de grond -hoogte maximaal de spanwijdte- wordt de draagkracht groter en vermindert de vliegweerstand.
