Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle Stormvogels en Pijlstormvogels zoals deze Noordse Stormvogel zijn bewoners van de open oceaan. Ze komen alleen aan land om te broeden. Daar kunnen ze maar moeizaam lopen. Een opvallend kenmerk van deze soorten is de robuuste snavel met een buis op de bovenkant -dit zijn neusgaten- en een stevige haak aan de voorkant.
De Noordse Stormvogel is grijs en wit met een gele snavel. Op het eerste gezicht lijkt deze soort wat op een compacte Zilvermeeuw (met een korte, dikke nek), maar ze zijn niet eens direct verwant. Van de Noordse Stormvogel bestaat zowel een donkere als een lichte kleurvariatie. Noordse Stormvogels hebben een spanwijdte van 100-115 cm en dankzij lange, vrij slanke vleugels kunnen ze moeiteloos vlak boven de golven glijden. Ze maken daarbij -net als Albatrossen- gebruik van het 'grondeffect' hetgeen zorgt voor meer draagkracht en minder luchtweerstand.

Wat voedsel beteft zijn het opportunisten, want ze eten alles wat voorhanden is zoals vis, visafval van trawlers, kwallen, schaaldieren, kreeftachtigen en dergelijke. Ze fourageren door zwemmend prooi van het wateroppervlak te pikken.
Noordse Stormvogels komen voor in het noordpoolgebied en de noordelijke Stille- en Atlantische Oceaan. Ze broeden in grote kolonies op aan de kust gelegen kliffen, bij voorkeur op een eiland zodat ze buiten bereik van roofdieren zijn. Noordse Stormvogels leggen één ei op de kale stenen of in een holletje van wat plantaardig materiaal. De vogels zijn plaatstrouw, zij keren altijd weer terug naar de plek waar ze geboren zijn. Ze zijn monogaam en blijven jarenlang bij elkaar, soms hun hele leven lang. Beide ouders broeden en verzorgen de jongen.
Noordse Stormvogels worden sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw talrijker waargenomen. Dat heeft o.m. te maken met een enorme groei van de Noord-Atlantische broedpopulatie. Op de Nederlandse kust is de soort het hele jaar waarneembaar, vooral bij harde aanlandige winden. Tijdens topdagen vooral in de maanden september-december, worden er soms duizenden vooral in Noord-Holland en op de Waddeneilanden. In het binnenland raken Noordse Stormvogels slechts bij uitzondering verzeild.
De Noordse Stormvogel is grijs en wit met een gele snavel. Op het eerste gezicht lijkt deze soort wat op een compacte Zilvermeeuw (met een korte, dikke nek), maar ze zijn niet eens direct verwant. Van de Noordse Stormvogel bestaat zowel een donkere als een lichte kleurvariatie. Noordse Stormvogels hebben een spanwijdte van 100-115 cm en dankzij lange, vrij slanke vleugels kunnen ze moeiteloos vlak boven de golven glijden. Ze maken daarbij -net als Albatrossen- gebruik van het 'grondeffect' hetgeen zorgt voor meer draagkracht en minder luchtweerstand.
Robuuste snavel met neusgaten en haak.
Klik foto voor vergroting.
Foto: Bruce McAdam, Wikimedia CC BY-SA 3.0
Klik foto voor vergroting.
Foto: Bruce McAdam, Wikimedia CC BY-SA 3.0
Wat voedsel beteft zijn het opportunisten, want ze eten alles wat voorhanden is zoals vis, visafval van trawlers, kwallen, schaaldieren, kreeftachtigen en dergelijke. Ze fourageren door zwemmend prooi van het wateroppervlak te pikken.
Noordse Stormvogels komen voor in het noordpoolgebied en de noordelijke Stille- en Atlantische Oceaan. Ze broeden in grote kolonies op aan de kust gelegen kliffen, bij voorkeur op een eiland zodat ze buiten bereik van roofdieren zijn. Noordse Stormvogels leggen één ei op de kale stenen of in een holletje van wat plantaardig materiaal. De vogels zijn plaatstrouw, zij keren altijd weer terug naar de plek waar ze geboren zijn. Ze zijn monogaam en blijven jarenlang bij elkaar, soms hun hele leven lang. Beide ouders broeden en verzorgen de jongen.
Noordse Stormvogels worden sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw talrijker waargenomen. Dat heeft o.m. te maken met een enorme groei van de Noord-Atlantische broedpopulatie. Op de Nederlandse kust is de soort het hele jaar waarneembaar, vooral bij harde aanlandige winden. Tijdens topdagen vooral in de maanden september-december, worden er soms duizenden vooral in Noord-Holland en op de Waddeneilanden. In het binnenland raken Noordse Stormvogels slechts bij uitzondering verzeild.