Terug naar soorten

Bontbekplevier

Charadrius hiaticula Plevieren

Rode lijst KW|
1jaren
1territoria
1hoogste jaar

1972 t/m 1972 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Bontbekplevier
Bontbekplevier Foto: Arnoldius · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Bontbekplevier heeft in prachtkleed een opvallende bruinzwarte borstband en fel oranjegele poten. De snavel is geel met een zwarte punt. In de vlucht vallen de witte vleugelstrepen op. Drie van de kleinere plevieren lijken wat op elkaar, maar de Kleine Plevier heeft bleekroze poten, een opvallend gele oogring en nagenoeg zwarte snavel. De Strandplevier is bleker en heeft geen borstband maar zwarte zijborstvlekken. Verder heeft de Strandplevier een bruingeel petje en zwarte poten.

Bontbekplevieren zijn grotendeels trekvogels. De belangrijkste broedgebieden liggen in het hoge noorden van het Euraziatische continent en in Groenland. Ze broeden in kale en open kustgebieden zonder begroeiing van betekenis, zoals zand-, kiezel- en schelpstrand, of op opgespoten (bouw)terrein en kale akkers. In de directe omgeving van de broedplaats moeten liefst wel slikken of nattige gronden aanwezig zijn voor het voedsel, dat bestaat uit allerlei ongewervelden zoals wormen, garnalen en slakken en ook insecten. In Nederland broedt een zeer beperkt aantal Bontbekplevieren, vooral in het Wadden- en Deltagebied (zie hieronder).

Het nest is een ondiep kuiltje en er zijn meestal twee legsels, soms zelfs drie. Het vrouwtje broedt, beide ouders verzorgen de jongen. Bij dreigende verstoring van het nest kruipt het vrouwtje van het nest vandaan alsof ze gewond is, in de hoop zo de verstoorder van het nest weg te lokken.

Na de broedtijd trekken de noordelijke Bontbekplevieren ver zuidwaarts, vooral naar Afrika zuid van de Sahara. Ze trekken door Noordwest-Europa en worden dan ook in Nederland gezien. Sommige vogels overwinteren in Europa. Veel van 'onze' broedvogels trekken zuidelijk maar lang niet zo ver en blijven in Europa.

Zodoende kunnen Bontbekplevieren het hele jaar wel in Nederland worden waargenomen, maar in de wintermaanden zijn ze schaars. Vele duizenden doortrekkers pleisteren in Waddenzee en Deltagebied. De voorjaarstrek piekt hier in maart en vooral in mei, wanneer hoog noordelijk broedende vogels ons land passeren. In augustus en september zijn opnieuw grote aantallen aanwezig. In het binnenland is de soort schaars. De landelijk getelde aantallen namen sinds 1975 geleidelijk toe, wat vooral voor rekening van het Waddengebied komt (bron: Sovon ).

Voorkomen

De meeste in ons land broedende Bontbekplevieren huizen op kale of schaars begroeide terreinen in het Wadden- en Deltagebied. Het voorkomen in het binnenland is vrijwel beperkt tot West- en Noord-Nederland. Vergeleken met de situatie rond 1975 zijn veel broedplaatsen in het binnenland verdwenen, met name in het IJsselmeergebied, door het in cultuur brengen van gronden. De landelijke aantallen vertonen jaarfluctuaties zonder duidelijke trend. In 2016 telt de broedpopulatie 350-400 paren (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Kleine plevier van kale schelpenstranden en kwelders; foerageert rennend-stoppen-pikkend op bodemfauna.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Prooien opjagen door met de poten op bodem of slik te trillen. Rennen, abrupt stoppen en vervolgens voedsel oppikken. Gebruik van schelpenstrand, schelpenbank of kiezelige kustbodem. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: Waterinsecten en aquatische insectenlarven. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron.

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Open grondnest. Eenvoudig uitgekrabd nestkuiltje. Nest bekleed met schelpen, grit of kleine steentjes.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Afleidingsgedrag waarbij oudervogel een gewonde vleugel imiteert. Broeden in gemengde kolonies met andere soorten.

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.

Bescherming

Deze soort heeft vooral te lijden van zeer laag broedsucces door verstoring; op veel geschikte plaatsen vestigen Bontbekplevieren zich niet eens. Stranden zijn als traditionele broedplaats vrijwel ongeschikt geworden door constante verstoring. Veel broedhabitat verdwijnt snel door vegetatieontwikkeling als gevolg van gebrek aan dynamiek (bijvoorbeeld in de Delta). Opgespoten terreinen in het binnenland worden vaak vastgelegd met graan waardoor ze ongeschikt worden (bron: Vogelbescherming Nederland ).