Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Strandplevier is een broedvogel van steppegebieden en zandkusten van Europa en Azië. In Nederland is het tegenwoordig een zeldzame broedvogel van kale en schrale kustgebieden; ze zijn met name nog te vinden in de Delta en op de Waddeneilanden. Het natuurlijk broedbiotoop is primaire duinen, strandvlaktes en permanent drooggevallen zandplaten, schelpenstrandjes, schelprijke hoge delen van schorren en kwelders, anders gezegd, open kustgebieden met veel dynamiek en weinig vegetatie, zoals te vinden op nieuw aangelegde eilanden, in jonge duintjes, zeer kort gegraasde kwelders en rustige stranden.
Strandplevieren zijn zowel mono- als polygaam, waarbij mannetjes ‘buitenechtelijk’ paren. Het nest is een ondiep kuiltje in de grond, bekleed met wat schelpjes, steentjes en gras. Er zijn meestal 3 eieren. De jongen zijn nestvlieders, ze worden door beide ouders gevoerd. Als de eerste leg mislukt kan een tweede broedpoging volgen.
Voorkomen
De belangrijkste oorzaak is het verdwijnen van broedgelegenheid door vegetatiesuccessie (verschuiving in de samenstelling van plantensoorten), of verstoring door recreanten. Afname is overigens in heel Noordwest-Europa troef (bron: zie vogel.asp r398).
Vogelkenmerken
Zeldzame plevier van dynamische kale stranden en zandige kusthabitats; zeer cryptisch broedgedrag en goed gecamoufleerde jongen.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van sterk dynamische kustmilieus met wind, overstroming en kale bodem. Rennen, abrupt stoppen en vervolgens voedsel oppikken. Gebruik van schelpenstrand, schelpenbank of kiezelige kustbodem. Gebruik van schelprijk kustsubstraat.
Voedsel van volwassen vogels: Kreeftachtigen en andere kleine schaaldieren. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden garnalen/slijkgarnalen Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Eenvoudig uitgekrabd nestkuiltje.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Jongen zijn sterk gecamoufleerd en moeilijk zichtbaar. Afleidingsgedrag waarbij oudervogel een gewonde vleugel imiteert. Los gegroepeerd broeden of beperkte territoriale exclusiviteit; geen strikte kolonie. Opvallend stil en onopvallend tijdens broeden. Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Bescherming
- de drukte op de stranden, die vroeger een belangrijk broedgebied van de soort vormden, is enorm groot geworden. Daardoor is het broedsucces van Strandplevieren structureel te laag,
- door gebrek aan kustdynamiek groeit geschikt broedgebied te snel dicht en ontstaan te weinig nieuwe broedgebieden. Hierdoor verdwijnt in toenemende mate het natuurlijke leefgebied van de Strandplevier, zowel in de Delta als op de Wadden,
- opgespoten terreinen groeien heel snel dicht.
De Strandplevier is doelsoort van het Beschermingsplan Duin- en Kustvogels en het Actieplan Bedreigde Vogels. Ook het programma Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen is gericht op bescherming van o.a. de Strandplevier. Het zorgt voor veilige broed-, rust- en foerageerplekken voor vogels in het Waddengebied in combinatie met verantwoord voor vogeltoerisme (bron: Vogelbescherming Nederland ).