Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Bontbekplevieren zijn grotendeels trekvogels. De belangrijkste broedgebieden liggen in het hoge noorden van het Euraziatische continent en in Groenland. Ze broeden in kale en open kustgebieden zonder begroeiing van betekenis, zoals zand-, kiezel- en schelpstrand, of op opgespoten (bouw)terrein en kale akkers. In de directe omgeving van de broedplaats moeten liefst wel slikken of nattige gronden aanwezig zijn voor het voedsel, dat bestaat uit allerlei ongewervelden zoals wormen, garnalen en slakken en ook insecten. In Nederland broedt een zeer beperkt aantal Bontbekplevieren, vooral in het Wadden- en Deltagebied (zie hieronder).
Het nest is een ondiep kuiltje en er zijn meestal twee legsels, soms zelfs drie. Het vrouwtje broedt, beide ouders verzorgen de jongen. Bij dreigende verstoring van het nest kruipt het vrouwtje van het nest vandaan alsof ze gewond is, in de hoop zo de verstoorder van het nest weg te lokken.
Na de broedtijd trekken de noordelijke Bontbekplevieren ver zuidwaarts, vooral naar Afrika zuid van de Sahara. Ze trekken door Noordwest-Europa en worden dan ook in Nederland gezien. Sommige vogels overwinteren in Europa. Veel van 'onze' broedvogels trekken zuidelijk maar lang niet zo ver en blijven in Europa.
Zodoende kunnen Bontbekplevieren het hele jaar wel in Nederland worden waargenomen, maar in de wintermaanden zijn ze schaars. Vele duizenden doortrekkers pleisteren in Waddenzee en Deltagebied. De voorjaarstrek piekt hier in maart en vooral in mei, wanneer hoog noordelijk broedende vogels ons land passeren. In augustus en september zijn opnieuw grote aantallen aanwezig. In het binnenland is de soort schaars. De landelijk getelde aantallen namen sinds 1975 geleidelijk toe, wat vooral voor rekening van het Waddengebied komt (bron: Sovon ).
Voorkomen
Vogelkenmerken
Kleine plevier van kale schelpenstranden en kwelders; foerageert rennend-stoppen-pikkend op bodemfauna.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Prooien opjagen door met de poten op bodem of slik te trillen. Rennen, abrupt stoppen en vervolgens voedsel oppikken. Gebruik van schelpenstrand, schelpenbank of kiezelige kustbodem. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: Waterinsecten en aquatische insectenlarven. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Open grondnest. Eenvoudig uitgekrabd nestkuiltje. Nest bekleed met schelpen, grit of kleine steentjes.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Afleidingsgedrag waarbij oudervogel een gewonde vleugel imiteert. Broeden in gemengde kolonies met andere soorten.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.