Terug naar soorten

Grauwe Klauwier

Lanius collurio Klauwieren

Broedvogel Rode lijst BE|
24jaren
66territoria
6hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Grauwe Klauwier
Grauwe Klauwier Foto: Zeynel Cebeci · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Grauwe Klauwier is een zomergast die de winter doorbrengt in tropische gebieden in Afrika en Azië. Het is een zangvogel die wat lijkt op een kleine roofvogel. Hij vangt muizen, kikkers, hagedissen en grote insecten. De jachttechniek lijkt een beetje op die van een klein valkje, soms zittend op de top van een struik of paal, soms 'biddend'. Gevangen prooien worden vastgespiest op doorns of prikkeldraad. Zo’n bewaarplaats werd in het verleden in Meijendel wel eens aangetroffen langs het fietspad.

Grauwe Klauwieren broeden in structuurrijke heide- en veengebieden en in kleinschalig agrarisch landschap. Het mannetje bouwt zijn nest goed verborgen in dicht struikgewas. Er worden 4-6 eieren gelegd die hoofzakelijk door het vrouwtje worden uitgebroed. Beide ouders brengen de jongen groot.

De stand van de Grauwe Klauwier is fors achteruit gegaan, vooral in het agrarisch gebied als gevolg van de grootschalige herinrichting. Waar eind vorige eeuw deze 'ruilverkaveling' en schaalvergroting een bedreiging vormde in Nederland, vindt dat tegenwoordig veel plaats in Oost-Europa, met alle gevolgen van dien. Door die herinrichting verdwijnen de voor deze soort belangrijke heggen en struwelen en daarmee de zitplekken en nestgelegenheid. Daarbij verdwijnt tevens een groot deel van het voedselaanbod voor deze soort. De laatste jaren is deze soort bezig aan een opvallende Nederlandse come-back met als centrum daarin het Bargerveen waar de oorzaak voor het verval wordt teruggedraaid door natuurherstel.

Voorkomen

De Nederlandse broedpopulatie telde begin twintigste eeuw mogelijk enkele duizenden paren, maar nam na 1950 scherp af naar een dieptepunt van rond 100 paren in 1985, voor een groot deel gehuisvest in één reservaat (Bargerveen, Drente). De afname is het gevolg van een enorme verarming van het insectenleven (voedsel!) in zowel natuurgebieden als agrarische landschappen, verergerd door het verdwijnen van kleine landschapselementen. Het recente deelherstel naar enkele honderden paren (broedpopulatie in 2016 is 500-580) houdt verband met lokaal gunstig terreinbeheer maar is ook onderdeel van een internationaal proces (bron: zie vogel.asp r398).

Als broedvogel was de Grauwe Klauwier medio vorige eeuw geregeld in kleine getale in Meijendel aanwezig, vanaf 1958 tot in de jaren ’70 waren er soms zes paar. Vanaf 1984 (start inventarisatie BMP) is slechts incidenteel een territorium vastgesteld.

Vogelkenmerken

Struweelroofvogel, spietst insecten en kleine prooien op doorns.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Prooien opspietsen of bewaren op doorns, takken of prikkeldraad. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van doornstruiken als broed- of foerageerplek. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Voedsel van volwassen vogels: Kevers en torren als belangrijke prooigroep. Bijen, hommels, wespen en mieren als voedselbron. grote insecten kleine gewervelden kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien

Voedsel voor jongen: Bijen, hommels, wespen en mieren als voedsel voor jongen. Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie. Nest in doornstruik zoals meidoorn, braam of duindoorn.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Langdurig optrekken in familiegroepen na uitvliegen. Imitatiegedrag of nabootsen van andere vogelgeluiden.

Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.

Achtergrond

2012 het 'Jaar van de Klauwieren'
2012 is door Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland uitgeroepen tot het Jaar van de Klauwieren. Een jaar lang stonden zowel de Klapekster (wintergast) als de Grauwe Klauwier (broedvogel) centraal. Ook Stichting Bargerveen was betrokken als partner. Gerichte inventarisaties van (nieuwe) broedlocaties van Grauwe Klauwier en twee landelijke wintertellingen van Klapeksters zijn uitgevoerd. Meer informatie op de site van SOVON.

Als opmaat voor dit speciale jaar bracht Stichting Bargerveen een boek uit over de Grauwe Klauwier met als veelbetekenende ondertitel "ambassadeur voor natuurherstel". Lees een recensie hier.

Dutch Birding Volume 22 (nummer 6 2000) is een speciale uitgave en bestaat volledig uit het identificatieartikel "Herkenning van grauwe klauwieren, izabelklauwieren en bruine klauwieren".

Bescherming

De afname van de Grauwe Klauwier in de vorige eeuw heeft zeker te maken met de aftakeling van het agrarisch buitengebied. Vooral het verdwijnen van talloze heggen en struwelen en de forse afname van veel grote insecten heeft een slechte uitwerking gehad op de soort. Verder speelde het verdwijnen van woeste gronden en verruiging door zure regen - speciaal in de duinen - een rol. Het aantal heeft zich door uitgekiend beheer hersteld in natuurgebieden in Oost- en Noordoost-Nederland. Herstel in de duinen blijft nog achter (bron: Vogelbescherming Nederland ).

Stichting Bargerveen werkt aan een duurzaam herstel en behoud van natuur. Het langjarige onderzoek aan de Grauwe klauwier vormt een rode draad door het werk van de stichting. De populatie van de Grauwe klauwier wordt al sinds 1991 intensief gevolgd in het Bargerveen.