Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Als je in de wintermaanden in Meijendel een lichte stip bovenop een struik ziet, is er een redelijke kans dat het een Klapekster is. Dichterbij gezien zijn een grijs en wit verenkleed te onderscheiden, met een zwart masker, zwarte staart met witte zijden en zwarte vleugels met witte vleugelvlek. De snavel heeft een haakvormige punt.
De Klapekster was een broedvogel in Nederland en dan vooral op heidevelden, hoogvenen en kap- of stormvlaktes in het bos, in 1999 voor het laatst op de Veluwe. Tegenwoordig zijn het 'slechts' doortrekkers en wintervogels in zeer klein aantal, die voornamelijk uit Zweden komen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit hagedissen, (woel-)muizen en kevers die ze net als andere klauwieren aan stekels en prikkeldraad spietsen. Zo leggen ze een voorraadje aan.
De Klapekster kent 7 ondersoorten waarover in Dutch Birding 32, 2010 (pp. 258-264) een artikel verscheen (Engelse tekst). Lees het via deze link.
Hoeveel Klapeksters in Nederland overwinteren is sinds 2007 gedurende zes winters onderwerp van studie geweest. De bevindingen zijn in Limosa 88 (2015) gepubliceerd. Kijk ook op de site van Sovon.
De Klapekster was een broedvogel in Nederland en dan vooral op heidevelden, hoogvenen en kap- of stormvlaktes in het bos, in 1999 voor het laatst op de Veluwe. Tegenwoordig zijn het 'slechts' doortrekkers en wintervogels in zeer klein aantal, die voornamelijk uit Zweden komen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit hagedissen, (woel-)muizen en kevers die ze net als andere klauwieren aan stekels en prikkeldraad spietsen. Zo leggen ze een voorraadje aan.
De Klapekster kent 7 ondersoorten waarover in Dutch Birding 32, 2010 (pp. 258-264) een artikel verscheen (Engelse tekst). Lees het via deze link.
Hoeveel Klapeksters in Nederland overwinteren is sinds 2007 gedurende zes winters onderwerp van studie geweest. De bevindingen zijn in Limosa 88 (2015) gepubliceerd. Kijk ook op de site van Sovon.
Voorkomen
In de eerste helft van de twintigste eeuw was al sprake van een sterke achteruitgang van de Klapekster. Toch nestelden er rond 1950 nog vele tientallen paren op structuurrijke heidevelden en veengebieden in Drenthe, Twente, de Veluwe en zuidoostelijk Noord-Brabant. De aantallen namen echter verder af naar rond 15 paren omstreeks 1990 (index=100) en in 1999 vond het laatste zekere broedgeval plaats, op de Noord-Veluwe.
De afname werd in eerste instantie veroorzaakt door ontginning van 'woeste gronden', en vervolgens door habitatverslechtering in de resterende broedgebieden. Door verzuring en vermesting nam bovendien het prooiaanbod sterk af. Ook in de ons omringende landen werd de Klapekster zeldzaam (bron: Sovon ).
De afname werd in eerste instantie veroorzaakt door ontginning van 'woeste gronden', en vervolgens door habitatverslechtering in de resterende broedgebieden. Door verzuring en vermesting nam bovendien het prooiaanbod sterk af. Ook in de ons omringende landen werd de Klapekster zeldzaam (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: RL: Verdwenen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Achtergrond
2012 was het Jaar van de Klauwieren
2012 was voor Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland het Jaar van de Klauwieren. Een jaar lang stonden zowel de Klapekster (wintergast) als de Grauwe Klauwier (broedvogel in Nederland) centraal. Gerichte inventarisaties van (nieuwe) broedlocaties van Grauwe Klauwier en twee landelijke wintertellingen van Klapeksters hebben op het programma gestaan. Informatie over de eerste resuiltaten vindt u bij Sovon.Bescherming
De Klapekster is sinds de eeuwwisseling uit Nederland verdwenen als broedvogel en staat daarom op de Rode Lijst. Ook in de EU gaat het slecht met deze soort, al is er recent in Duitsland een opleving. Om de Klapekster terug te krijgen als broedvogel is in ieder geval grootschalig herstel van heide- en hoogveengebieden nodig. Dat in combinatie met de nodige beheermaatregelen en rust zou een aantrekkelijk habitat kunnen zijn. De kans daarop lijkt echter niet heel groot (bron: Vogelbescherming Nederland ).