Terug naar soorten

Zeekoet

Uria aalge Alken

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Alken (Alcidae) zoals de Zeekoet zijn zwart-witte zeevogels die alleen aan land komen om te broeden. Zij hebben een langwerpig lichaam met ver naar achter geplaatste poten met zwemvliezen. De kleine, smalle vleugels zijn uitstekend geschikt voor de voortstuwing onder water.
Duikende Alk
…de vleugels al in een knik…
Klik voor vergroting.
Als Alken duiken zijn de vleugels al in een knik om onder water mee te 'vliegen', de poten dienen dan vooral om te sturen. Ze worden om die aanpassingen wel de 'Pinguïns van het Noordelijk Halfrond genoemd'. Vanwege de vleugels vliegen ze met snelle, snorrende vleugelslagen en vanwege de plaatsing van de poten lopen ze nogal onbeholpen. Maar ze zijn als een vis in het water en de gelijkenis met Pinguïns is treffend.

De Zeekoet is iets groter dan de Alk. Het kleed is vergelijkbaar met dat van de Alk, alleen het zwart is minder intens, meer dongergrijs-bruinachtig. De zwarte snavel is dolkvormig. Vooral in de vlucht is het verrassend lastig de Zeekoet van de Alk te onderscheiden, dan biedt de snavel geen uitkomst. Het minder intense zwart en de achter de staart uitstekende poten bieden dan soelaas.

gebrilde Zeekoet

…gebrilde Zeekoet… Klik foto voor vergroting.
Foto: Ómar Runólfsson (WikipediA CC BY-2.0).
In zomerkleed is de gehele kop zwart, in winterkleed alleen de bovenkant tot en met het oog. In toenemende mate is er sprake van een vooral noordelijke 'gebrilde' variant met een witte oogring en naar achter weglopende witte oogstreep.

Zeekoeten eten hoofdzakelijk vis, weekdieren en kleine kreeftachtigen.

Europese Zeekoeten zijn zeevogels van het Europese deel van de Noordelijke Atlantische Oceaan, van het Kola Schiereiland, via IJsland en de Britse eilanden tot op het Iberisch Schiereiland [¹]. Zeekoeten broeden in grote kolonies op steile, kale rotskusten aan de zee en op rotseilanden. De dichtstbijzijnde broedplaatsen in NW-Europa zijn in westelijk Sleeswijk-Holstein en Schotland. Het enkele ei wordt op een kale richel gelegd, er komt géén nest. Het ei wordt staande, tussen de poten uitgebroed. Na een week of drie springt het jong, begeleid door de vader, de rotsen af en 'fladdert' naar open water.

Zeekoeten overwinteren in eerste instantie in het broedgebied en trekken pas naar het zuiden bij voedselgebrek. Omdat ze aan zout water gebonden zijn vertonen zich in ons land vrijwel alleen langs de kust. De soort is hier het talrijkst van oktober tot en met april. De meeste vogels worden langsvliegend gezien, maar zijn lastig te onderscheiden van Alken. Een ruime meerderheid van de passerende 'alk/zeekoeten' zal Zeekoeten betreffen, gelet op goed waarneembare of gestrande vogels. Op sommige dagen passeren duizenden 'alk/zeekoeten' de zeetrektelposten. Waarnemingen in het binnenland, steevast van uitgeputte vogels, zijn uitermate zeldzaam (bron: Sovon ).

[¹] Er leven ook populaties Zeekoeten aan de Amerikaanse westkust, in Alaska en de wateren van Oost-Azië.