Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle Alken (Alcidae) zoals de Papegaaiduiker zijn zwart-witte zeevogels die alleen aan land komen om te broeden. Zij hebben een langwerpig lichaam met ver naar achter geplaatste poten met zwemvliezen. De kleine, smalle vleugels zijn uitstekend geschikt voor de voortstuwing onder water.
Als Alken duiken zijn de vleugels al in een knik om onder water mee te 'vliegen', de poten dienen dan vooral om te sturen. Ze worden vanwege die aanpassingen wel eens de 'Pinguïns van het Noordelijk Halfrond genoemd'. Vanwege de aangepaste vleugels vliegen ze met snelle, snorrende vleugelslagen en vanwege de plaatsing van de poten lopen ze nogal onbeholpen. Maar ze zijn als een vis in het water en de gelijkenis met Pinguïns is treffend.
De Papegaaiduiker zit qua formaat tussen de Kleine Alk en de Alk in, hij is wel veel compacter. De bovenzijde is zwart, de onderzijde wit. Verder heeft hij in zomer- en winterkleed een zwarte borstband. De grote grijze vlek op de wang en de (tijdens het broedseizoen) opvallend fel gekleurde, forse snavel zijn wat de Papegaaiduiker het meest onderscheidt van de andere Alken. En natuurlijk de fel oranje poten (bij de Zwarte Zeekoet rood, bij de overige grijs/zwart). (De kleuren op de snavel zijn gekleurde plaatjes die er in het najaar weer afvallen.)
Papegaaiduikers zijn vogels van de Noordelijke Atlantische Oceaan, 90% van de wereldpopulatie is aan de Atlantische kusten van Noordwest Europa te vinden en 60% alleen al op IJsland. Ze broeden aan de Atlantische kusten van (zuidelijk deel) Poolgebied, de oostkust van Noord-Amerika en van Noordwest-Europa. Ze broeden in kolonies in holtes in steile grazige hellingen op rotskusten aan zee.
.jpg/680px-Puffin_(2).jpg)
Papegaaiduikers overwinteren in volle zee. Ze zijn van begin oktober tot in maart schaarse passanten langs de Noordzeekust. De meeste worden gezien eind oktober en begin november, maar het gaat om hooguit een tiental per dag. Waarnemingen in het binnenland zijn extreem zeldzaam (bron: Sovon ).
| …de vleugels al in een knik…
Klik voor vergroting. |
De Papegaaiduiker zit qua formaat tussen de Kleine Alk en de Alk in, hij is wel veel compacter. De bovenzijde is zwart, de onderzijde wit. Verder heeft hij in zomer- en winterkleed een zwarte borstband. De grote grijze vlek op de wang en de (tijdens het broedseizoen) opvallend fel gekleurde, forse snavel zijn wat de Papegaaiduiker het meest onderscheidt van de andere Alken. En natuurlijk de fel oranje poten (bij de Zwarte Zeekoet rood, bij de overige grijs/zwart). (De kleuren op de snavel zijn gekleurde plaatjes die er in het najaar weer afvallen.)
Papegaaiduikers zijn vogels van de Noordelijke Atlantische Oceaan, 90% van de wereldpopulatie is aan de Atlantische kusten van Noordwest Europa te vinden en 60% alleen al op IJsland. Ze broeden aan de Atlantische kusten van (zuidelijk deel) Poolgebied, de oostkust van Noord-Amerika en van Noordwest-Europa. Ze broeden in kolonies in holtes in steile grazige hellingen op rotskusten aan zee.
Kundige vissers! Klik foto voor vergroting.
Foto: By Erik Christensen, via Wikimedia Commons (WikipediA CC BY-SA 3.0).
De tunnel naar de nestholte kan wel 1,5 m lang zijn; soms graven ze de holte zelf uit, soms gebruiken ze er een van andere dieren. Papegaaiduikers zijn trouw aan hun partners en keren in de regel terug naar het nest van voorgaande jaren. Er komt in de regel één ei dat de ouders om beurten bebroeden. Ouders met de snavel vol visjes komen vaak groepsgewijs naar het nest terug om aanvallende Jagers beter te kunnen weerstaan. (Jagers doen aan kleptoparasitisme, zij stelen voedsel van andere soorten.)
Foto: By Erik Christensen, via Wikimedia Commons (WikipediA CC BY-SA 3.0).
Papegaaiduikers overwinteren in volle zee. Ze zijn van begin oktober tot in maart schaarse passanten langs de Noordzeekust. De meeste worden gezien eind oktober en begin november, maar het gaat om hooguit een tiental per dag. Waarnemingen in het binnenland zijn extreem zeldzaam (bron: Sovon ).
Bescherming
Het gaat slecht met de papegaaiduiker, de soort geldt als bedreigd. Papegaaiduikers hebben onder meer te lijden onder klimaatverandering, vervuiling van de zee met olie en chemicaliën, door mensen geïntroduceerde katten en ratten die nesten leefroven, het verstrikt raken in vissersnetten, jacht voor consumptie in o.a. IJsland, heftige stormen en het verstoren van broedplekken door recreatie en landbouw (bron: Vogelbescherming Nederland ).