Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle Alken (Alcidae) zijn zwart-witte zeevogels die alleen aan land komen om te broeden. Zij hebben een langwerpig lichaam met ver naar achter geplaatste poten met zwemvliezen. De kleine, smalle vleugels zijn uitstekend geschikt voor de voortstuwing onder water.
Als Alken duiken zijn de vleugels al in een knik om onder water mee te 'vliegen', de poten dienen dan vooral om te sturen. Ze worden vanwege die aanpassingen wel eens de 'Pinguïns van het Noordelijk Halfrond genoemd'. Vanwege de aangepaste vleugels vliegen ze met snelle, snorrende vleugelslagen en vanwege de plaatsing van de poten lopen ze nogal onbeholpen. Maar ze zijn als een vis in het water en de gelijkenis met Pinguïns is treffend.
De bovendelen van de Alk zijn zwart, van onderen is hij wit. In zomerkleed is de kop geheel zwart, in winterkleed alleen de bovenkant. Het meest kenmerkende deel van een Alk is de zijdelings afgeplatte, hoge snavel met stompe punt, op de snavel zit naar de punt toe, verticaal een witte streep. Tussen het oog en de snavel loopt een dunne witte lijn.
In de vlucht en op wat afstand blijkt die snavel nauwelijks bruikbaar om de Alk van de Zeekoet te onderscheiden. Dan biedt de intensiteit van het diepe zwart uitkomst, bij de Zeekoet is dat meer bruinig. Ook steken de poten bij de Alk dan niet voorbij de staart, bij de Zeekoet duidelijk wel.
Alken zijn zeevogels die voorkomen in het Noord-Atlantisch gebied. Ze broeden op richels van steile rotskusten zoals van IJsland, Noorwegen, de Britse eilanden en Frankrijk. Het zijn koloniebroeders. Ze maken geen nest, het ei -een legsel is één ei- ligt achter een richeltje en wordt door vrouw èn man uitgebroed. Na 2 á 3 weken valt/fladdert het jong de zee in en wordt daar verder verzorgd.
De Europese Alken overwinteren op zee en trekken zuidwaarts voor de winter, tot de Westelijke Middellandse Zee. In ons land vertonen ze zich vrijwel alleen langs de kust. De soort is hier het talrijkst van oktober tot en met april. De meeste vogels worden langsvliegend gezien, maar zijn lastig te onderscheiden van Zeekoeten. Bij de passerende 'alk/zeekoeten', soms duizenden per dag, zal het slechts in geringe mate om Alken gaan, gelet op goed waarneembare of gestrande exemplaren. Waarnemingen in het binnenland, steevast van uitgeputte vogels, zijn uitermate zeldzaam (bron: Sovon ).
In 1998 heeft een artikel gestaan in Limosa over het voorkomen van de Alk in Nederlandse wateren.
Lees het via deze link.
| …de vleugels al in een knik…
Klik voor vergroting. |
De bovendelen van de Alk zijn zwart, van onderen is hij wit. In zomerkleed is de kop geheel zwart, in winterkleed alleen de bovenkant. Het meest kenmerkende deel van een Alk is de zijdelings afgeplatte, hoge snavel met stompe punt, op de snavel zit naar de punt toe, verticaal een witte streep. Tussen het oog en de snavel loopt een dunne witte lijn.
In de vlucht en op wat afstand blijkt die snavel nauwelijks bruikbaar om de Alk van de Zeekoet te onderscheiden. Dan biedt de intensiteit van het diepe zwart uitkomst, bij de Zeekoet is dat meer bruinig. Ook steken de poten bij de Alk dan niet voorbij de staart, bij de Zeekoet duidelijk wel.
Alken zijn zeevogels die voorkomen in het Noord-Atlantisch gebied. Ze broeden op richels van steile rotskusten zoals van IJsland, Noorwegen, de Britse eilanden en Frankrijk. Het zijn koloniebroeders. Ze maken geen nest, het ei -een legsel is één ei- ligt achter een richeltje en wordt door vrouw èn man uitgebroed. Na 2 á 3 weken valt/fladdert het jong de zee in en wordt daar verder verzorgd.
De Europese Alken overwinteren op zee en trekken zuidwaarts voor de winter, tot de Westelijke Middellandse Zee. In ons land vertonen ze zich vrijwel alleen langs de kust. De soort is hier het talrijkst van oktober tot en met april. De meeste vogels worden langsvliegend gezien, maar zijn lastig te onderscheiden van Zeekoeten. Bij de passerende 'alk/zeekoeten', soms duizenden per dag, zal het slechts in geringe mate om Alken gaan, gelet op goed waarneembare of gestrande exemplaren. Waarnemingen in het binnenland, steevast van uitgeputte vogels, zijn uitermate zeldzaam (bron: Sovon ).
In 1998 heeft een artikel gestaan in Limosa over het voorkomen van de Alk in Nederlandse wateren.
Lees het via deze link.
Bescherming
Op Europees niveau gaat de Alk achteruit en geldt de soort als bedreigd. De soort is net als de Zeekoet erg kwetsbaar voor olie die door menselijk toedoen op het zeeoppervlak belandt. Jaarlijks spoelen vele tientallen olieslachtoffers aan, bij een olieramp zijn de aantallen vogelslachtoffers stukken hoger. Daarnaast heeft de soort te lijden onder overbevissing, jacht en raken Alken verstrikt in netten. Ook het opwarmen van het water door klimaatverandering kan negatief uitpakken voor Alken. Omdat 60 to 70% van alle Alken op IJsland broedt, maakt dat de soort extra kwetsbaar. (bron: Vogelbescherming Nederland ).