Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bladkoning is een klein vogeltje, kleiner dan de Fitis, maar ietsje groter dan de Goudhaan en valt op door de lichtgele wenkbrauwstreep en twee geelachtige vleugelstrepen.
Een Bladkoning lijkt erg op een Humes Bladkoning, maar is wat contrastrijker en frisser van kleur. Ook de roep verschilt en is bruikbaar voor de determinatie. Zijn vrij harde roep is een slepend en oplopend "tjoewiet!" met de nadruk op het uitroepteken. Een Bladkoning lijkt ook op de derde van de drie kleinste Boszangers, de Pallas' Boszanger. Maar die laatste is goed te herkennen aan de dikkere zwarte en fellere gele oog- resp. wenkbrouwstreep èn een gele stuitvlek. Een Bladkoning houdt van gezelschap want zoekt voedsel in gemengde groepen met bijv. mezen.
Bladkoningen broeden in de Siberische taiga en overwinteren normaliter in ZO-Azië. Soms trekken ze naar ZW Europa en zijn dan hier vrij zeldzame dwaalgasten op doortrek die m.n. in het najaar (sept-okt) worden gespot, in ons land voornamelijk langs de kust, soms ook in Meijendel. Leden van de vogelwerkgroep melden de soort soms tijdens de wintertellingen.
Volgens SOVON heeft dat laatste te maken met 'trekstuwing' en een hoge dichtheid van waarnemers. In het najaar van 2013 was er zelfs sprake van een kleine 'invasie' van Bladkoningen langs de kust en zijn honderden exemplaren van deze soort waargenomen. Lees via deze link het genoemde SOVON artikel. Daarin wordt ook gerefereerd naar het nog steeds actuele artikel in Sovon Nieuws van 2002 over deze wintergast uit het verre oosten.
Een Bladkoning lijkt erg op een Humes Bladkoning, maar is wat contrastrijker en frisser van kleur. Ook de roep verschilt en is bruikbaar voor de determinatie. Zijn vrij harde roep is een slepend en oplopend "tjoewiet!" met de nadruk op het uitroepteken. Een Bladkoning lijkt ook op de derde van de drie kleinste Boszangers, de Pallas' Boszanger. Maar die laatste is goed te herkennen aan de dikkere zwarte en fellere gele oog- resp. wenkbrouwstreep èn een gele stuitvlek. Een Bladkoning houdt van gezelschap want zoekt voedsel in gemengde groepen met bijv. mezen.
Bladkoningen broeden in de Siberische taiga en overwinteren normaliter in ZO-Azië. Soms trekken ze naar ZW Europa en zijn dan hier vrij zeldzame dwaalgasten op doortrek die m.n. in het najaar (sept-okt) worden gespot, in ons land voornamelijk langs de kust, soms ook in Meijendel. Leden van de vogelwerkgroep melden de soort soms tijdens de wintertellingen.
Volgens SOVON heeft dat laatste te maken met 'trekstuwing' en een hoge dichtheid van waarnemers. In het najaar van 2013 was er zelfs sprake van een kleine 'invasie' van Bladkoningen langs de kust en zijn honderden exemplaren van deze soort waargenomen. Lees via deze link het genoemde SOVON artikel. Daarin wordt ook gerefereerd naar het nog steeds actuele artikel in Sovon Nieuws van 2002 over deze wintergast uit het verre oosten.
Achtergrond
Bladkoning, Humes Bladkoning en Pallas' Boszanger
Deze afbeelding toont goed de uiterlijke verschillen tussen deze drie Boszangers.
Klik de afbeelding voor een vergroting
Dit overzicht is overgenomen uit de ANWB Vogelgids van Europa.