Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle vier Duikers zijn nogal forse vogels, oplopend tot 90cm, met een lang lichaam en een lange hals. Het zijn sierlijke vogels, zowel op het water als vliegend. Ze zwemmen gewoonlijk met het lichaam laag in het water, een aanpassingen die het duiken makkelijker moet maken. De poten zijn ver naar achter geplaatst om onder water voor een betere voortstuwing te zorgen; daardoor lopen ze overigens op land nogal onbeholpen. Duiken naar voedsel (vis) gaat in een vloeiende beweging, duikers kunnen daarbij lang onder water blijven en lange afstanden afleggen. Ze zijn uitgerust met een dolkvormige snavel.
De Parelduiker is een slagje groter dan de Roodkeelduiker. In broedkleed heeft hij een grijze kop en nek, een zwarte keel en aan weerszijden van de hals verticaal lopende zwart-wit streping. Die streping loopt door tot op de borst. Op de zwarte mantel zitten scherp afgetekende witte vlekken in een regelmatig patroon. Meer naar achteren zijn op de rug lichte stippen te zien. In winterkleed zijn die vlekken verdwenen en zijn schouders en mantel egaal grijs. De onderzijde in zomer- en winterkleed is wit.
Het zomerverblijf van Parelduikers ligt in Schotland, Scandinavië en Rusland. Ze komen maar zelden op land en dan alleen maar om te nestelen. Ze broeden voornamelijk op eilanden/eilandjes in grote meren of soms ook op de oevers, vooral in de taigazone en in het boreale gebied. Het eenvoudige nest is meestal niet meer dan een hoop mos of waterplanten. Kort na het uitkomen van de eieren verlaten de jongen het nest en klimmen op de rug van de ouders. Daar blijven ze een groot deel van de dag, zolang ze klein zijn en verzorgd moeten worden.
Een deel van de Parelduikers verblijven het hele jaar in Schotland en ook aan de kusten van Noorwegen. De rest trekt weg in zuidelijke richting tot de kust van Noordwest Spanje en de Middellandse Zee. Ze verblijven daar in ondiepe kustzeeën en rustige baaien, nauwelijks op volle zee. Soms zijn ze in het binnenland op plassen en meren te vinden.
Bij ons worden Parelduikers het meest gezien langs de Noordzeekust. Vrijwel alle waarnemingen vallen in de periode september-mei. Duidelijke trekbewegingen van soms enkele tientallen vogels per dag treden eind april en begin mei op. De soort is aan zee veel schaarser dan de Roodkeelduiker, maar is in het diepe binnenland verhoudingsgewijs minder zeldzaam (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
De Parelduiker is een slagje groter dan de Roodkeelduiker. In broedkleed heeft hij een grijze kop en nek, een zwarte keel en aan weerszijden van de hals verticaal lopende zwart-wit streping. Die streping loopt door tot op de borst. Op de zwarte mantel zitten scherp afgetekende witte vlekken in een regelmatig patroon. Meer naar achteren zijn op de rug lichte stippen te zien. In winterkleed zijn die vlekken verdwenen en zijn schouders en mantel egaal grijs. De onderzijde in zomer- en winterkleed is wit.
Het zomerverblijf van Parelduikers ligt in Schotland, Scandinavië en Rusland. Ze komen maar zelden op land en dan alleen maar om te nestelen. Ze broeden voornamelijk op eilanden/eilandjes in grote meren of soms ook op de oevers, vooral in de taigazone en in het boreale gebied. Het eenvoudige nest is meestal niet meer dan een hoop mos of waterplanten. Kort na het uitkomen van de eieren verlaten de jongen het nest en klimmen op de rug van de ouders. Daar blijven ze een groot deel van de dag, zolang ze klein zijn en verzorgd moeten worden.
Een deel van de Parelduikers verblijven het hele jaar in Schotland en ook aan de kusten van Noorwegen. De rest trekt weg in zuidelijke richting tot de kust van Noordwest Spanje en de Middellandse Zee. Ze verblijven daar in ondiepe kustzeeën en rustige baaien, nauwelijks op volle zee. Soms zijn ze in het binnenland op plassen en meren te vinden.
Bij ons worden Parelduikers het meest gezien langs de Noordzeekust. Vrijwel alle waarnemingen vallen in de periode september-mei. Duidelijke trekbewegingen van soms enkele tientallen vogels per dag treden eind april en begin mei op. De soort is aan zee veel schaarser dan de Roodkeelduiker, maar is in het diepe binnenland verhoudingsgewijs minder zeldzaam (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.