Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle vier Duikers zijn nogal forse vogels, oplopend tot 90cm, met een lang lichaam en een lange hals. Het zijn sierlijke vogels, zowel op het water als vliegend. Ze zwemmen gewoonlijk met het lichaam laag in het water, een aanpassingen die het duiken makkelijker maakt. De poten zijn ver naar achter geplaatst om onder water voor een betere voortstuwing te zorgen; daardoor lopen ze overigens op land nogal onbeholpen. Duiken naar voedsel (vis) gaat in een vloeiende beweging, duikers kunnen daarbij lang onder water blijven en lange afstanden afleggen. Ze zijn uitgerust met een dolkvormige snavel.
In de broedtijd is de IJsduiker de enige duiker met een volledig zwarte kop en een lichte, zwart-wit gestreepte hals. De zwarte snavel onderscheidt hem van de Geelsnavelduiker. De rug heeft een regelmatig zwart-wit vlekken patroon, de onderkant is wit. Hij heeft een wat steil en gehoekt ogend voorhoofd. Buiten de broedtijd is de vogel minder opvallend getekend, van boven is hij dan donkerbruin tot zwart.
IJsduikers broeden aan de binnenwateren van Alaska, Canada, Groenland en IJsland. 's Winters trekt ze ver naar het zuiden en zijn o.m. te vinden aan de kusten van Europa -van Noorwegen tot Portugal.
IJsduikers zijn bij ons schaarse wintergasten, die vaak vanuit IJsland komen. Op sommige locaties, zoals de Brouwersdam, is dat (vrijwel) jaarlijks het geval. Binnenlandwaarnemingen zijn vrij zeldzaam. Vrijwel alle IJsduikers worden gezien tussen oktober en april, het meest nog midden in de winter. Sommige vogels blijven maandenlang op dezelfde plek hangen (bron: Sovon -- 'Publicaties').
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
Op sovon.nl is een artikel te vinden over IJsduikers in Nederland. Kijk via deze link.
In de broedtijd is de IJsduiker de enige duiker met een volledig zwarte kop en een lichte, zwart-wit gestreepte hals. De zwarte snavel onderscheidt hem van de Geelsnavelduiker. De rug heeft een regelmatig zwart-wit vlekken patroon, de onderkant is wit. Hij heeft een wat steil en gehoekt ogend voorhoofd. Buiten de broedtijd is de vogel minder opvallend getekend, van boven is hij dan donkerbruin tot zwart.
IJsduikers broeden aan de binnenwateren van Alaska, Canada, Groenland en IJsland. 's Winters trekt ze ver naar het zuiden en zijn o.m. te vinden aan de kusten van Europa -van Noorwegen tot Portugal.
IJsduikers zijn bij ons schaarse wintergasten, die vaak vanuit IJsland komen. Op sommige locaties, zoals de Brouwersdam, is dat (vrijwel) jaarlijks het geval. Binnenlandwaarnemingen zijn vrij zeldzaam. Vrijwel alle IJsduikers worden gezien tussen oktober en april, het meest nog midden in de winter. Sommige vogels blijven maandenlang op dezelfde plek hangen (bron: Sovon -- 'Publicaties').
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
Op sovon.nl is een artikel te vinden over IJsduikers in Nederland. Kijk via deze link.