Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle vier Duikers zijn nogal forse vogels (tot 90cm) met een lang lichaam en een lange hals. Het zijn sierlijke vogels, zowel op het water als vliegend. Ze zwemmen gewoonlijk met het lichaam diep in het water, één van de aanpassingen die het duiken gemakkelijker moet maken. De poten zijn ver naar achter geplaatst om onder water voor een betere voortstuwing te zorgen; daardoor lopen ze overigens op land nogal onbeholpen. Duiken naar voedsel (vis) gaat in een vloeiende beweging, duikers kunnen daarbij lang onder water blijven en lange afstanden afleggen. Ze zijn uitgerust met een dolkvormige snavel.
De Roodkeelduiker is de kleinste van de vier. Het meest opvallende kenmerk in broedkleed is de wijnrode keelvlek, die bij voldoende opvallend licht goed te zien is, maar anders grijszwart lijkt. Verder heeft deze vogel dan een grijze kop en egaal donkergrijs-bruine bovendelen, de onderzijde is wit. In winterkleed is de rode vlek verdwenen en is de bovenzijde minder bruin, meer grijs en met een wat vage tekening. Dan lijkt de Roodkeelduiker erg op een kleine en wat licht uitgevallen Parelduiker. Het onderscheid in winterkleed is het best te maken middels de hals die bij de Roodkeel- rechtop staat en bij de Parelduiker naar achteren neigt, alsof deze de borst naar voren duwt.
Roodkeelduikers verblijven 's zomers in Scandinavië, IJsland en het noorden van Rusland. Daar broedden ze op de oevers van kleine meren in moerasgebieden, in de taigabossen en op de arctische toendra. De nesten liggen vlak naast het water om bij onraad snel het water in te kunnen vluchten. Ze overwinteren langs de Europese kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan en langs de kusten van Zuid-Frankrijk en Noord-Italië.
Van oktober tot in mei zijn Roodkeelduikers ook in de Nederlandse kustwateren te vinden, het zijn dan de meest algemene duikers. De vogels worden meestal langsvliegend waargenomen, soms vele honderden per dag. Veel van zulke bewegingen zijn lokale verplaatsingen, veroorzaakt door verstoring (scheepvaart) of verdrifting (waterstromen). Incidenteel houden zich groepen van vele tientallen op bij voedselrijke plekken. Diep in het binnenland is de Roodkeelduiker schaars (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
De Roodkeelduiker is de kleinste van de vier. Het meest opvallende kenmerk in broedkleed is de wijnrode keelvlek, die bij voldoende opvallend licht goed te zien is, maar anders grijszwart lijkt. Verder heeft deze vogel dan een grijze kop en egaal donkergrijs-bruine bovendelen, de onderzijde is wit. In winterkleed is de rode vlek verdwenen en is de bovenzijde minder bruin, meer grijs en met een wat vage tekening. Dan lijkt de Roodkeelduiker erg op een kleine en wat licht uitgevallen Parelduiker. Het onderscheid in winterkleed is het best te maken middels de hals die bij de Roodkeel- rechtop staat en bij de Parelduiker naar achteren neigt, alsof deze de borst naar voren duwt.
Roodkeelduikers verblijven 's zomers in Scandinavië, IJsland en het noorden van Rusland. Daar broedden ze op de oevers van kleine meren in moerasgebieden, in de taigabossen en op de arctische toendra. De nesten liggen vlak naast het water om bij onraad snel het water in te kunnen vluchten. Ze overwinteren langs de Europese kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan en langs de kusten van Zuid-Frankrijk en Noord-Italië.
Van oktober tot in mei zijn Roodkeelduikers ook in de Nederlandse kustwateren te vinden, het zijn dan de meest algemene duikers. De vogels worden meestal langsvliegend waargenomen, soms vele honderden per dag. Veel van zulke bewegingen zijn lokale verplaatsingen, veroorzaakt door verstoring (scheepvaart) of verdrifting (waterstromen). Incidenteel houden zich groepen van vele tientallen op bij voedselrijke plekken. Diep in het binnenland is de Roodkeelduiker schaars (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.