Terug naar soorten

Zilverplevier

Pluvialis squatarola Plevieren

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zilverplevier
Zilverplevier Foto: Hans Hillewaert (Own work)

Beschrijving

De Zilverplevier is een vrij grote en stevige plevier. De bovenkant is in winterkleed bruingrijs en gespikkeld, bedekt met vage grijze vlekken. Diagnostiek zijn de zwarte okselvlekken die in de vlucht onmiskenbaar zijn. Poten en snavel zijn zwart.

In zomerkleed is deze plevier een ware gedaanteverandering ondergaan. Dan is de bovenzijde meer geaccentueerd en vallen de pikzwarte voorzijde, buik en flanken op. Jammer genoeg is de Zilverplevier bij ons vrijwel uitsluitend in winterkleed te zien.

Een vergelijking met de Goudplevier is gauw gemaakt, zij het natuurlijk dat met name de kleur van de bovenzijde in zomerkleed nogal verschilt. Qua postuur zit de Zilverplevier wel wat meer ineengedoken. Verder heeft deze plevier een voorkeur voor zout water terwijl de Goudplevier meer van land houdt.

Zilverplevieren zijn vooral tijdens de trek in Nederland, maar sommige vogels blijven hier plakken en dan met name op de Wadden. Ze broeden in de hoogarctische toendra van Rusland. De broeperiode is maar kort, alleen juni en juli zijn daarvoor geschikt. Daarna trekken ze naar West Europa om te ruien en vervolgens, mede afhankelijk van het winterweer, door te trekken naar de kusten van West Afrika, tot in Zuid-Afrika aan toe. De meeste vogels verblijven bij ons in de Waddenzee en het Deltagebied. Vanaf maart zijn ze hier weer te zien, dan zijn ze onderweg terug naar de broedgebieden.

Achtergrond

Zilverplevieren in Nederland
Zilverplevieren zijn het hele jaar in ons land aanwezig, met de laagste aantallen in juni en juli. De najaarstrek begint in juli en houdt aan tot in november. De meeste vogels huizen dan, net als in de rest van het jaar, in de Waddenzee en het Deltagebied. Bij zacht winterweer overwinteren grotere aantallen dan bij strenge vorst. De voorjaarstrek begint in maart en piekt in mei, wanneer er alleen al in de Waddenzee 60.000 Zilverplevieren of meer aanwezig zijn. In het binnenland is de soort het hele jaar schaars. De tellingen vanaf 1975 laten een sterke toename zien, met enige horten en stoten. De toename kan deels het gevolg zijn van verschuiving van Engelse pleisterplaatsen naar Nederland, onder invloed van klimaatverandering (bron: Sovon ).

Bescherming

De Zilverplevier is in Europa niet bedreigd. Vogelbescherming zet zich al heel lang in voor een goede bescherming van de Waddenzee en de Delta, de gebieden waar Zilverplevieren volledig van afhankelijk zijn (bron: Vogelbescherming Nederland ).