Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Kuifduiker is iets groter dan de Geoorde Fuut, iets kleiner dan de Fuut. Zijn broedkleed is werkelijk prachtig: zwarte kop, goudkleurige pluim vanaf fel rood-oranje ogen schuin omhoog tot voorbij achterkop, op een rode hals. De pluimen steken als 'hoorntjes' uit boven de kop, daarom wordt hij in het Engels ook wel 'Horned Grebe' genoemd. De bovendelen zijn donkerbruin, de flanken kastanjebruin. In de vlucht zijn brede, witte spiegels zichtbaar.
’s Winters verdwijnen de pluimen en dan lijkt deze fuut op een Geoorde Fuut. De bovenste helft van de kop is zwart, het zwart loopt niet door tot onder oog, en het wit aan de kopzijden komt bijna bijeen op achterhoofd. De Kuifduiker is wel wat groter en heeft een dikkere rechte snavel (met witte punt) dan de Geoorde Fuut, die snavel is spitser en wipt aan het eind iets op.
Deze fuut komt als broedvogel vooral in Noordoost-Europa voor, ook op IJsland en in Schotland. Hij broedt op ondiepe meren en poelen met rijke oevervegetatie, op IJsland ook tussen rotsen. Afhankelijk van het invallen van de dooi komen ze vaak laat tot broeden. Het nest is een vlotje van plantaardig materiaal, verankerd aan watervegetatie, verborgen in zegge of onder overhangende takken van wilg. Ze produceren één broedsel, na het uitkomen worden de jongen op de rug gedragen.
Kuifduikers broeden niet in Nederland en zomerwaarnemeningen zijn zeldzaam. Het zijn trekvogels die na de broeperiode op zoek gaan naar grote meren, binnendelta’s en andere beschutte kustgebieden, vooral in het Oostzeegebied. In Nederland is het een schaarse wintergast, van oktober tot in april, vooral in het Deltagebied (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
’s Winters verdwijnen de pluimen en dan lijkt deze fuut op een Geoorde Fuut. De bovenste helft van de kop is zwart, het zwart loopt niet door tot onder oog, en het wit aan de kopzijden komt bijna bijeen op achterhoofd. De Kuifduiker is wel wat groter en heeft een dikkere rechte snavel (met witte punt) dan de Geoorde Fuut, die snavel is spitser en wipt aan het eind iets op.
Deze fuut komt als broedvogel vooral in Noordoost-Europa voor, ook op IJsland en in Schotland. Hij broedt op ondiepe meren en poelen met rijke oevervegetatie, op IJsland ook tussen rotsen. Afhankelijk van het invallen van de dooi komen ze vaak laat tot broeden. Het nest is een vlotje van plantaardig materiaal, verankerd aan watervegetatie, verborgen in zegge of onder overhangende takken van wilg. Ze produceren één broedsel, na het uitkomen worden de jongen op de rug gedragen.
Kuifduikers broeden niet in Nederland en zomerwaarnemeningen zijn zeldzaam. Het zijn trekvogels die na de broeperiode op zoek gaan naar grote meren, binnendelta’s en andere beschutte kustgebieden, vooral in het Oostzeegebied. In Nederland is het een schaarse wintergast, van oktober tot in april, vooral in het Deltagebied (bron: Sovon ).
In ons land overwinteren heel wat fuutachtigen en duikers die in winterkleed soms lastig uit elkaar te houden zijn. In een artikel op Vogelbescherming Nederland worden de belangrijkste verschillen verduidelijkt.
Bescherming
Kuifduikers waren in het laatste kwart van de twintigste eeuw altijd schaars in Nederland. Net voor de eeuwwisseling namen de landelijke aantallen echter sterk toe, net als in het Oostzeegebied, dat veel meer Kuifduikers herbergt. Ondanks een recente lichte afname zijn de aantallen bij ons nog steeds hoog vergeleken met jaren geleden. Het geschat maximum aantal winter/doortrek is 110-200, feb (2009-2014). Het overgrote deel van de Kuifduikers verblijft in het Deltagebied, met concentraties tot tientallen exemplaren in Oosterschelde, Volkerakmeer en Voordelta (bron: Sovon ). De geringe aantallen maken de Kuifduiker een kwetsbare soort.