Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Kleine Zwaan is de kleinste van de drie in Nederland voorkomende zwanen (zie foto onder). Daarnaast heeft hij een relatief korte hals waardoor hij qua vorm veel meer op een gans lijkt.
Het opvallendste kenmerk is mischien wel de zwarte snavel met een gele vlek aan de basis. Dat geel reikt bij de Kleine Zwaan niet voorbij het neusgat. Daarmee onderscheidt hij zich van de sterk gelijkende Wilde Zwaan, waarbij het geel tot ver voorbij het neusgat loopt. Diverse bronnen geven aan dat de gele vlek van elke Kleine Zwaan zo variabel is, dat ornithologen in staat zijn vele tientallen induviduen uit elkaar te houden.
De Kleine Zwaan is bij ons een wintergast. Deze zwaan broedt in de meest noordelijke toendra's van Europa aan de Barentszee en verder oostelijk. Als daar de winter invalt verlaten ze de dorre toendra en komen naar West-Europa om te overwinteren in met name Denemarken, Duitsland, Groot Brittanië en Nederland. Ons land herbergt dan ongeveer 60% van de totale populatie (bron: vogelbescherming.nl). In groepen van wel 100 of meer grazen ze dan 'ons' malse gras of zoeken in ondiep water naar waterplanten (fonteinkruid) waarbij ze ook grondelend worden gezien teneinde de bodem te kunnen bereiken.
Vergelijk het formaat van de Kleine Zwaan met een Knobbelzwaan.
Het opvallendste kenmerk is mischien wel de zwarte snavel met een gele vlek aan de basis. Dat geel reikt bij de Kleine Zwaan niet voorbij het neusgat. Daarmee onderscheidt hij zich van de sterk gelijkende Wilde Zwaan, waarbij het geel tot ver voorbij het neusgat loopt. Diverse bronnen geven aan dat de gele vlek van elke Kleine Zwaan zo variabel is, dat ornithologen in staat zijn vele tientallen induviduen uit elkaar te houden.
De Kleine Zwaan is bij ons een wintergast. Deze zwaan broedt in de meest noordelijke toendra's van Europa aan de Barentszee en verder oostelijk. Als daar de winter invalt verlaten ze de dorre toendra en komen naar West-Europa om te overwinteren in met name Denemarken, Duitsland, Groot Brittanië en Nederland. Ons land herbergt dan ongeveer 60% van de totale populatie (bron: vogelbescherming.nl). In groepen van wel 100 of meer grazen ze dan 'ons' malse gras of zoeken in ondiep water naar waterplanten (fonteinkruid) waarbij ze ook grondelend worden gezien teneinde de bodem te kunnen bereiken.
Vergelijk het formaat van de Kleine Zwaan met een Knobbelzwaan.
Voorkomen
Broedsucces Kleine Zwaan
De landelijke aantallen Kleine Zwanen namen vanaf 1975 eerst toe, maar vanaf 1995 weer af. De afname hangt samen met tegenvallend broedsucces in de broedgebieden: het aandeel jongen in de wintergroepen is al vele jaren onder de benodigde 12% gebleven, de jaarlijkse sterfte onder de volwassen vogels. In de jaren negentig van de vorige eeuw bedroeg de populatie het dubbele van nu. De vogels blijven bovendien steeds korter in ons land pleisteren. Desondanks overwintert soms de helft van de NW-Europese populatie in Nederland.In het zomerhalfjaar blijven wel eens Kleine Zwanen in Nederland achter, vermoedelijk vogels in een te slechte conditie om weg te trekken. Sommige dieren blijven jarenlang ter plekke. Aanwijzingen voor broedgevallen ontbreken. (bron: Sovon )
Bescherming
De afname sinds 1995 van het landelijk aantal hangt samen met tegenvallend broedsucces. De vogels blijven bovendien steeds korter in ons land pleisteren. Desondanks overwintert soms de helft van de NW-Europese populatie in Nederland. De soort staat op de Europese rode lijst als bedreigd (bron: Sovon ).
Via onder meer vrijwillige WetlandWachten houdt Vogelbescherming de vinger aan de pols in de wetlands van Nederland. Zij spreken overheden en terrein beherende organisaties aan op het voorkomen van misstanden, zoals een tekort aan handhaving op het water.
Via onder meer vrijwillige WetlandWachten houdt Vogelbescherming de vinger aan de pols in de wetlands van Nederland. Zij spreken overheden en terrein beherende organisaties aan op het voorkomen van misstanden, zoals een tekort aan handhaving op het water.