Terug naar soorten

Knobbelzwaan

Cygnus olor Zwanen

Broedvogel
50jaren
479territoria
17hoogste jaar

1975 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Knobbelzwaan
Knobbelzwaan Foto: Geni · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De vrij talrijke Kobbelzwaan is een standvogel. Het is een vrij algemene soort in gras- en akkerlanden, op meren, plassen en op vaarten, ook in parken en op parkvijvers. In de winter neemt het aantal fors toe door overwinterende soortgenoten.

De wilde Knobbelzwaan is in Nederland zeldzaam, de meeste bij ons voorkomende exemplaren zijn nakomelingen van zwanen die vroeger werden gehouden voor hun donsveren. Ze waren destijds vooral afkomstig uit Polen. Nadat medio vorige eeuw de donsmarkt was ingestort zijn ze op grote schaal vrijgelaten en verwilderd maar ze waren hun 'wilde' gedrag grotendeels kwijtgeraakt [Bron: VBNL].

Het is een grote, sierlijke, witte vogel met lange hals en oranje-rode snavel. Op de snavelbasis zit de knobbel waar de soort zijn naam aan te danken heeft; bij mannetjes is deze duidelijk groter dan bij vrouwtjes. Het is de grootste vogel uit de familie van de eenden en met een spanwijdte van 2,5 meter één van de grootste vliegende vogels ter wereld. Tijdens de vlucht maken de grote vleugels een opvallend, zingend geluid. Soms is een zwakke trompetroep te horen.

Zwanenkoppels zijn partner voor het leven. Het grote nest wordt gemaakt van takken, riet, stro en dergelijke. Het wordt in de regel aan de waterkant op de grond gebouwd en kan een doorsnede hebben van 4 meter! Terwijl het mannetje de wacht houdt - en ondanks de sierlijke uitstraling kan hij daarbij erg agressief zijn - worden de 5-7 eieren door het vrouwtje bebroed. De jongen worden door beide ouders verzorgd.

Knobbelzwanen houden van gras en zijn grazend op weilanden te zien. Verder voeden ze zich met waterplanten, soms een kikkertje of insecten.

Twee andere zwanen die ook in Nederland voorkomen zijn de Wilde en de Kleine Zwaan. Dit zijn beide uitsluitend wintergasten. Belangrijkste onderscheid is vorm en kleur van de snavel en de ontbrekende knobbel. Bovendien is de Kleine Zwaan fors kleiner, zie foto.


Vergelijk de Kleine Zwaan met een Knobbelzwaan.

Voorkomen

Het aantal Knobbelzwanen in Nederland is sinds 1970 behoorlijk toegenomen. Deze groei lijkt sinds 2005 gestagneerd, mogelijk door vervolging (Vogelbescherming). De broedpopulatie wordt ook gereguleerd door koude winters die zowel wintersterfte veroorzaken als slechte broedprestaties, door verzwakte conditie van broedvogels. Tegenwoordig ligt het aantal broedparen tussen de 5.500 en 6.500 (bron: zie vogel.asp r398).

In Meijendel schommelt het aantal broedparen globaal tussen 5 en 15.

Vogelkenmerken

Territoriale waterplanteneter van brede rietkragen en open water.

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van open water, plassen of watergangen. Foerageren in nat grasland of akker.

Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. Gras en terrestrische vegetatie. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie.

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig.