Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Snor heeft een voorkeur voor opgaande, overjarige rietvegetaties met een goed ontwikkelde onderlaag van oud plantenmateriaal in ondiep water. Verspreide wilgopslag lijkt optimaal, maar is geen harde eis.
Als in het voorjaar vroeg in de ochtend een aangehouden monotoon ratelend geluid te horen is in een dergeljk rietveld, dan is de kans groot dat er een Snor zit te zingen. Het is één van de Sprinkhaanzangers (Latijn: Locustellidae) die hun naam danken aan de zang die lijkt op het geluid van een Sprinkhaan of Krekel. De zang van de Snor wordt soms ook vergeleken met een een snorrend spinnewiel. De ratel van de Snor lijkt nog het meest op die van de Sprinkhaanzanger, maar is lager van toon met een hogere frequentie.
Het onderscheid van deze laatste is verder te maken door het biotoop; Sprinkhaanzangers zijn vooral in open ruigtes te vinden met lage, dichte vegetatie van struiken en kruiden, zoals een duinvallei met duindoorn. Bovendien leidt de Snor een minder verborgen leven dan zijn familielid; op zoek naar voedsel sluipt hij weliswaar door het riet, maar hij zingt bij voorkeur vanaf een zichtbare post. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en larven van insecten.
Hij bouwt zijn vrij grote nest van riet en zeggebladeren graag verborgen in en onder geknakt oud riet. Het vrouwtje broedt de 4 à 5 eieren alleen uit en brengt de jongen eveneens alleen groot.
Voorkomen
De landelijke aantallen worden grotendeels bepaald door de grote populatie in het westen en noorden van het land. Dat de landelijke stand opveert na neerslagrijke winters in de Sahel, suggereert een verband met de overwinteringsomstandigheden (bron: zie vogel.asp r398).
In Meijendel wordt slechts incidenteel een broedgeval vastgesteld.
Vogelkenmerken
Rietspecialist van overjarige rietvelden met kniklaag en lage ondergroei.
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van rietvelden met een laag oud geknikt of gebroken riet. Foerageren zeer laag bij de grond of in dichte lage vegetatie. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Afhankelijkheid van open bodemstructuur voor foerageren. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in of direct boven kniklaag van oud riet. Grondnest. Nest in rietvegetatie.
Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Trekkend gedrag algemeen.