Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Krekelzanger lijkt op de Sprinkhaanzanger, olijfbruin met een vuilwitte onderzijde. Er is een vage wenkbrauwstreep en borst en keel hebben wat strepen en vlekken. De staart is lang en afgerond. Ze zijn schuw en houden zich op in dichte vegetatie. Alleen tijdens het zingen is er een kans de vogel te zien, want dan kruipt het mannetje langzaam omhoog in de struiken naar zijn zangpost. Het voedsel bestaat vooral uit ongewervelden, die voornamelijk opgespoord worden op de grond of in de lage vegetatie.
Krekelzangers broeden van Polen en Zuid-Finland oostwaarts tot in West-Siberië. In landen als (voormalig) Oost-Duitsland, Tsjechië en Hongarije zijn ze ook broedend aanwezig, maar vaak zeer lokaal. Krekelzangers leven in dichte rietvegetatie bij plassen, rivieren, in vochtige loofbossen en uitgestrekte rietlanden, altijd met water in de nabijheid. Ze broeden daar dichtbij de grond in een nest van stengels, gras en bladeren, bekleed met wat haren. Het vrouwtje bebroedt de eieren, beide ouders verzorgen de jongen. Soms is er een tweede legsel. Krekelzangers overwinteren in Oostelijk- en Zuidelijk-Afrika voornamelijk in Kenia en Zimbabwe.
Tegenwoordig worden jaarlijks Krekelzangers als dwaalgast in Nederland aangetroffen, met name in mei-juni. Het gaat vrijwel steeds om zingende en vermoedelijk ongepaarde mannetjes. Duidelijke aanwijzingen voor een broedgeval ontbreken tot nu toe. Tussen 2000 en 2014 zijn 48 waarnemingen door de CDNA goedgekeurd (kijk op Dutch Birding ); sindsdien is goedkeuring niet langer nodig. In Meijendel zijn tot op heden (2018) nog geen Krekelzangers waargenomen.
Krekelzangers broeden van Polen en Zuid-Finland oostwaarts tot in West-Siberië. In landen als (voormalig) Oost-Duitsland, Tsjechië en Hongarije zijn ze ook broedend aanwezig, maar vaak zeer lokaal. Krekelzangers leven in dichte rietvegetatie bij plassen, rivieren, in vochtige loofbossen en uitgestrekte rietlanden, altijd met water in de nabijheid. Ze broeden daar dichtbij de grond in een nest van stengels, gras en bladeren, bekleed met wat haren. Het vrouwtje bebroedt de eieren, beide ouders verzorgen de jongen. Soms is er een tweede legsel. Krekelzangers overwinteren in Oostelijk- en Zuidelijk-Afrika voornamelijk in Kenia en Zimbabwe.
Tegenwoordig worden jaarlijks Krekelzangers als dwaalgast in Nederland aangetroffen, met name in mei-juni. Het gaat vrijwel steeds om zingende en vermoedelijk ongepaarde mannetjes. Duidelijke aanwijzingen voor een broedgeval ontbreken tot nu toe. Tussen 2000 en 2014 zijn 48 waarnemingen door de CDNA goedgekeurd (kijk op Dutch Birding ); sindsdien is goedkeuring niet langer nodig. In Meijendel zijn tot op heden (2018) nog geen Krekelzangers waargenomen.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Blauwborst-groep); Struweelvogels (Rietgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen