Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Jagers komen in vier maten: de Grote, Middelste, Kleine en Kleinste jager. De Grote is tot 58 cm lang, de Kleinste tot 41, de andere twee zitten daar 'gelijkmatig' tussen.
De Middelste Jager is iets kleiner dan de Zilvermeeuw en heeft een wat gedrongen postuur. Net als bij de Kleine en Kleinste Jager kent de Middelste Jager twee kleurvormen. De lichte vorm heeft een beigewitte onderzijde met een donkere borstband en een donkerbruine kruin. De donkere vorm heeft een geheel donkerbruin verenkleed. De donkerbruine vogels zijn te onderscheiden van de Grote Jager, door de verlengde middelste staartpennen die overigens enigszins gedraaid, breed en afgerond zijn, en niet zo lang en spits als bij de Kleine en Kleinste Jager. De donkere vorm komt het meest voor.
Middelste Jagers eten vis of visafval van trawlers. Net als de andere jagers zitten ze ook andere vogels net zo lang achterna tot die hun prooi loslaten of zelfs opbraken (kleptoparasitisme ). In de broedtijd eten ze vooral lemmingen, maar ook andere kleine (knaag)dieren, vis en ongewervelde dieren of roven nesten leeg.
Middelste Jagers broeden op de Siberische en Noord-Amerikaanse toendra in het noorden van Rusland, Alaska en Canada nabij de kust. Ze maken hun nest op de bodem, meestal op een heuveltje. Er is sprake van kleine kolonies waarvan de grootte vaak afhankelijk is van het voedselaanbod (lemmingen).
De Euraziatische populatie overwintert vooral aan de kusten van West-Afrika en is als doortrekker langs de West-Europese kusten te zien, zo ook in Nederland. Van voorjaarstrek wordt in ons land amper iets gemerkt. De najaarstrek speelt zich hoofdzakelijk af tussen september en december, met de piek in november en begin december. Verreweg de meeste waarnemingen vallen tijdens harde aanlandige winden. Dan worden tot enkele honderden vogels per dag op zeetrektelposten gezien en verschijnt deze jager ook mondjesmaat in het binnenland.
De Middelste Jager is iets kleiner dan de Zilvermeeuw en heeft een wat gedrongen postuur. Net als bij de Kleine en Kleinste Jager kent de Middelste Jager twee kleurvormen. De lichte vorm heeft een beigewitte onderzijde met een donkere borstband en een donkerbruine kruin. De donkere vorm heeft een geheel donkerbruin verenkleed. De donkerbruine vogels zijn te onderscheiden van de Grote Jager, door de verlengde middelste staartpennen die overigens enigszins gedraaid, breed en afgerond zijn, en niet zo lang en spits als bij de Kleine en Kleinste Jager. De donkere vorm komt het meest voor.
Middelste Jagers eten vis of visafval van trawlers. Net als de andere jagers zitten ze ook andere vogels net zo lang achterna tot die hun prooi loslaten of zelfs opbraken (kleptoparasitisme ). In de broedtijd eten ze vooral lemmingen, maar ook andere kleine (knaag)dieren, vis en ongewervelde dieren of roven nesten leeg.
Middelste Jagers broeden op de Siberische en Noord-Amerikaanse toendra in het noorden van Rusland, Alaska en Canada nabij de kust. Ze maken hun nest op de bodem, meestal op een heuveltje. Er is sprake van kleine kolonies waarvan de grootte vaak afhankelijk is van het voedselaanbod (lemmingen).
De Euraziatische populatie overwintert vooral aan de kusten van West-Afrika en is als doortrekker langs de West-Europese kusten te zien, zo ook in Nederland. Van voorjaarstrek wordt in ons land amper iets gemerkt. De najaarstrek speelt zich hoofdzakelijk af tussen september en december, met de piek in november en begin december. Verreweg de meeste waarnemingen vallen tijdens harde aanlandige winden. Dan worden tot enkele honderden vogels per dag op zeetrektelposten gezien en verschijnt deze jager ook mondjesmaat in het binnenland.