Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Hoewel Ringmus en Huismus oppervlakkig gezien op elkaar lijken zijn er opvallende verschillen zoals de roodbruine kruin van de Ringmus en diens wangvlek en veel kleinere bef die niet op de borst doorloopt. En uiteraard is er de smalle witte ring om de hals (die niet doorloopt naar de rug) waar de Ringmus zijn naam aan dankt. Deze soort is bovendien wat kleiner dan zijn neef, en er zijn geen verschillen tussen mannetje en vrouwtje. Het getjilp van deze mus is ietsje hoger van toon dan dat van de Huismus.
Ringmussen broeden vooral in kleinschalig boerenland met relatief veel bouwland. Ze mijden grote bossen en zeer open gebied, en bewonen in steden alleen de randen. Deze Mus nestelt graag in boomholtes, soms in een nestkast of een enkele keer in een nis van een huis. De ouders bouwen het slordige nest van gras en stro gezamenlijk. Als het nest op een open plek zit komt er vaak een koepeltje overheen. De ouders bebroeden de 4-6 eieren om beurten en brengen ook samen de jongen groot. Meestal volgt een tweede broedsel.
Na het broedseizoen trekken Ringmussen vaak met Huismussen, vinkachtigen en gorzen in groepen rond.
Voorkomen
In Meijendel is de afname van het aantal broedvogels al vanaf 1990 ingezet en is van deze soort in 2003 voor het laatst een territorium vastgesteld.
Vogelkenmerken
Kolonieachtige holenbroeder van erven, singels en kleinschalig boerenland.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag.
Voedsel van volwassen vogels: zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.