Terug naar soorten

Ringmus

Passer montanus Mussen

Broedvogel Rode lijst GE|
34jaren
715territoria
75hoogste jaar

1966 t/m 2003 · bron: Meijendel-database

Ringmus
Foto: Andreas Trepte CC BY-SA 2.5 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Ringmus

Opname: Vladimir Yu. Arkhipov, Arkhivov · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Ringmus is een standvogel, hoofdzakelijk van bebost gebied, vaak met een boerderij in de buurt of andere menselijke nederzettingen. Deze soort is veel minder een cultuurvolger en slechts soms zie je deze mus net als de Huismus rond huizen en in tuinen. Onze Ringmussen krijgen in de winter gezelschap van soortgenoten uit Noord- en Oost-Europa.

Hoewel Ringmus en Huismus oppervlakkig gezien op elkaar lijken zijn er opvallende verschillen zoals de roodbruine kruin van de Ringmus en diens wangvlek en veel kleinere bef die niet op de borst doorloopt. En uiteraard is er de smalle witte ring om de hals (die niet doorloopt naar de rug) waar de Ringmus zijn naam aan dankt. Deze soort is bovendien wat kleiner dan zijn neef, en er zijn geen verschillen tussen mannetje en vrouwtje. Het getjilp van deze mus is ietsje hoger van toon dan dat van de Huismus.

Ringmussen broeden vooral in kleinschalig boerenland met relatief veel bouwland. Ze mijden grote bossen en zeer open gebied, en bewonen in steden alleen de randen. Deze Mus nestelt graag in boomholtes, soms in een nestkast of een enkele keer in een nis van een huis. De ouders bouwen het slordige nest van gras en stro gezamenlijk. Als het nest op een open plek zit komt er vaak een koepeltje overheen. De ouders bebroeden de 4-6 eieren om beurten en brengen ook samen de jongen groot. Meestal volgt een tweede broedsel.

Na het broedseizoen trekken Ringmussen vaak met Huismussen, vinkachtigen en gorzen in groepen rond.

Voorkomen

Het aantal Ringmussen is de afgelopen 20 jaar behoorlijk op en neer gegaan, de grafiek van SOVON geeft dat goed weer. De aantallen namen in de jaren zestig en zeventig in sommige biotopen toe (duinen, bos), maar kenden sindsdien in heel Nederland een sterke afname. De laatste piek in NL was kort na het jaar 2000, sindsdien is het aantal Nederlandse broedvogels meer dan gehalveerd. Veranderingen in de landbouw (mais i.p.v. graan!) en het ruimen van houtwallen en heggen wordt mede als oorzaak genoemd en ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

In Meijendel is de afname van het aantal broedvogels al vanaf 1990 ingezet en is van deze soort in 2003 voor het laatst een territorium vastgesteld.

Vogelkenmerken

Kolonieachtige holenbroeder van erven, singels en kleinschalig boerenland.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 66%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: struiklaag. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0

Bescherming

Het aantal Ringmussen neemt drastisch af. Sinds het jaar 2000 is het aantal Nederlandse broedvogels meer dan gehalveerd. De intensivering in de landbouw, het vervangen van graanteelt door maiscultuur, het opruimen van heggen en houtwallen en grootschalig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zorgen voor een platteland dat steeds minder geschikt is voor veel diersoorten, waaronder de ringmus. Ze kampen daardoor vooral met voedseltekort en afnemende nestgelegenheid. De grootste problemen doen zich vermoedelijk voor bij de overleving, in de periode tussen het uitvliegen van de jongen en het volgende voorjaar. Ringmussen zijn standvogels en vooral jonge vogels zullen het dan op ons voor zaadeters voedselarme platteland moeilijk hebben. Bepalend door de toekomst van de Ringmus is de vraag of agrarisch landgebruik voldoende voor de Ringmus oplevert.