Terug naar soorten

Veldleeuwerik

Alauda arvensis Leeuweriken

Broedvogel Rode lijst GE|GE
43jaren
608territoria
70hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Veldleeuwerik
Veldleeuwerik Foto: El Golli Mohamed · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Veldleeuwerik is een onopvallend gekleurde vogel, grijsbruin gevlekt met lichtere, gestreepte borst en bijna witte buik. De staart is redelijk lang met een witte zoom. Ze hebben een stompe kuif.

De Engelse benaming 'Skylark' is heel toepasselijk, want het is daar dat deze leeuwerik opvalt. Al zingend klimt hij omhoog (tot wel 100m) om vervolgens minuten lang, bijna 'biddend', uitbundig zijn fraaie lied te laten horen. En ook tijdens de daling gaat hij daarmee door. Soms zingt de Veldleeuwerik vanaf een (vaste) zitplaats. Eenmaal op de grond is deze zanger nog nauwelijks te spotten. Die daling is overigens opmerkelijk omdat het laatste deel met bijna gesloten vleugels gebeurt.

Het broedbiotoop omvat open landschappen zoals heide, duinen, ook akkers en graslanden. Als ze in maart terugkomen, bouwen ze daar een komvormig nest op de grond, bekleed met haar. Het vrouwtje broedt op de eieren, beide ouders voeren de jongen. Ze eten insecten, in de winter vooral zaden en granen.

Zingende Veldleeuwerik
Foto: vogeldagboek.nl
Klik foto voor vergroting.
De Nederlandse Veldleeuwerikken zijn trekvogels die in het najaar naar Zuid-Frankrijk wegtrekken.

De Veldleeuwerik was ooit overal in Nederland te horen. Maar deze soort blijkt niet in staat de intensivering van het boerenland bij te benen. Vooral tweede en derde broedsels, later in het seizoen, mislukken vaak. In de overwinteringsgebieden wordt de soort geconfronteerd met een afname van stoppelvelden. Landelijk is de vogel sinds het einde van de jaren zeventig al met zo'n 95% teruggelopen.

Voorkomen

Begin jaren '70 was de Veldleeuwerik nog een algemene vogel van het boerenland. In de jaren ’73-’77 werd het aantal broedparen geschat op 500.000 tot 750.000. In de jaren daarna zijn de aantallen gekelderd met zo'n 95%. De laatste tien jaar stabiliseert de soort zich als broedvogel op dat lage niveau. De broedpopulatie wordt in de periode 1998-2000 geschat op 50.000-70.000 paren (bron: zie vogel.asp r398).

De stand van de Veldleeuwerik heeft in het duin een wonderlijk verloop. In 1958, het beginjaar van de vogeltellingen in Meijendel, was de Veldleeuwerik nauwelijks aanwezig; tot 1964 bleef het aantal bij een enkel paar, maar vanaf 1967 gaat de stand bergopwaarts naar het hoogtepunt in 1977 (vijf territoria per km² in het getelde gebied). Meteen daarna neemt de stand weer af tot enkele incidentele gevallen (territoria). De Veldleeuwerik is als broedvogel na 2004 uit Meijendel verdwenen.

Vogelkenmerken

Akkervogel met langdurige zangvlucht boven open landbouwgebieden.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kievit-groep, Scholekster-groep); Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Veldleeuwerik-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Rennend of snel lopend foerageren op open bodem. Gebruik van halfopen heide met gras, open zand en lage vegetatie. Gebruik van open lage duinen met dunne begroeiing. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Foerageren op open plekken, kale bodem of korte vegetatie. Zaden zoeken op open bodem of korte vegetatie. Langdurige zangvlucht hoog in de lucht. Territoriale zangvlucht als opvallend gedragselement.

Voedsel van volwassen vogels: granen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen onkruidzaden Rupsen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Komvormig grasnest in een kuiltje. Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking. Laag komvormig nest op de grond.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Vrijwel onafgebroken zang gedurende langere tijd. Platdrukken tegen de bodem bij gevaar. Zangreactie wordt uitgelokt door passerende mens of verstoring. Spiraalvormige dalende zang- of baltsvlucht. Groepsvorming buiten het broedseizoen in de winter.

Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.

Bescherming

Deze ooit zo algemene en bij vrijwel iedereen bekende leeuwerik loopt een gerede kans uit grote delen van het land te verdwijnen. In intensief gebruikt grasland en bouwland lukt het de Veldleeuweriken niet voldoende jongen voort te brengen om de populatie in stand te houden. Een te hoge maaifrequentie en het ontbreken van voldoende insectenrijke vegetaties zijn grote boosdoeners. Verder zijn voedselrijke stoppelvelden in het winterhalfjaar nagenoeg uit het landschap verdwenen. In de duinen is de achteruitgang waarschijnlijk te wijten aan de verruiging en verdichting, met steeds meer struikgroei en vergrassing, veroorzaakt door ‘bemesting’ met stikstof vanuit de lucht (bron: Vogelbescherming Nederland ).

2006 was door SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland uitgeroepen tot 'het Jaar van de Veldleeuwerik'.