Terug naar soorten

Lepelaar

Platalea leucorodia Ibissen

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Een Lepelaar is groot (tot wel 135cm) en wit, van dichtbij valt meteen de grote, lepelvormige snavel op. Op afstand kan de vogel mogelijk verward worden met witte reigersoorten, maar dan helpen postuur en beweging bij het foerageren de identificatie. Met name de zijwaartse beweging van de snavel om zijn voedsel te vangen zijn karakteristiek. Hij zoekt zijn voedsel -allerlei kleine waterdieren- altijd in ondiep water van sloten en plassen, ook langs de waddenkust; witte reigers ook vaak op het (wei)land. Lepelaars vliegen met gestrekte hals en snavel, waarbij de poten tot ver achter de staart uitsteken.

Dat deze vogel in Nederland voorkomt is best wel uniek te noemen, want in andere landen in Noord-West-Europa broeden ze niet of nauwelijks. Bovendien waren ze door de sterke waterverontreiniging van eind jaren zestig bijna uit ons land verdwenen, er broedden nog slechts 160 paren. Dankzij betere bescherming van broed- en leefgebied, met name na 1990, telt de broedpopulatie in 2016 ruim 3000 paren die in zo'n 50 kolonies broeden!! De toename in Nederland leidde ook tot nieuwe vestigingen in Engeland, Frankrijk, Vlaanderen en Duitsland.

Lepelaars broeden hoofdzakelijk in het Wadden- en Deltagebied, de vestigingen elders liggen voornamelijk in en rond het IJsselmeer en langs de Grote Rivieren. De broedkolonies liggen op eilanden, in duinvalleien en op kwelders, en in het binnenland ook in uitgestrekte moerassen met veel waterriet en wisselend, natuurlijk waterpeil. De soort nestelt zowel op de grond in rietvelden of op kwelders, maar ook in riet, struiken en bomen. Ze hebben één broedsel per jaar van 4 eieren. Afhankelijk van voedselaanbod en predatie (vossen!) wordt er vaak maar één jong groot.

Lepelaars zijn trekvogels die in september/oktober weer vertrekken. Vanuit grote verzamelplaatsen gaan ze dan naar de winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust en het gebied ten zuiden van de Sahara. In maart komen ze terug.

Voorkomen

Rond 1900 telde Nederland hooguit 300 paren. Dit aantal groeide door bescherming naar maximaal 500 paren rond 1950. Waterverontreiniging zorgde voor een nieuwe inzinking naar 160 paren in 1968. Sindsdien, en vooral na 1990, herstelden de aantallen. Ze passeerden de grens van 1000 paren in 1997 en die van 2000 paren in 2009. Verdere uitbreiding vindt vooral plaats op de Waddeneilanden, deels als reactie op predatie door vossen op het vasteland (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Witte moerasvogel, zeeft kleine waterdieren met lepelvormige snavel.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Maaivormig foerageren met de snavel door ondiep water. Sterke binding aan Waddenzee, kustwateren of getijdenkust.

Voedsel van volwassen vogels: Kreeftachtigen en andere kleine schaaldieren. Vis als voedsel voor volwassen vogels. garnalen/slijkgarnalen stekelbaarsjes

Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Kolonienest in bomen.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast. Langdurig bedelgedrag van juvenielen. Grote spreiding in broedtiming binnen een kolonie. Pendelvluchten tussen kolonie en foerageergebied.

Bescherming

Verdroging van moerasgebieden, toegenomen (recreatieve) drukte in belangrijke broedgebieden en de toegenomen verspreiding van vossen zorgden voor een belangrijke afname van het aantal Lepelaars. Maar vooral na 1990 deed de Lepelaar het steeds beter door een betere bescherming van broed- en leefgebied onder impulsen van Vogelbescherming. Inmiddels is de situatie dusdanig verbeterd dat de Lepelaar van de Rode Lijst af is, maar de broedverspreiding is beperkt. Het overgrote deel van de West-Europese populatie broedt in ons land. Dat maakt de Nederlandse verantwoordelijkheid extra groot. Internationaal is de soort beschermd in het kader van de Agreement of African-Eurasian Migratory Waterbirds (AEWA).

Vogelbescherming Nederland heeft zich op vele manieren sterk gemaakt voor verbeterd leefgebied van de Lepelaar, zoals de Natura 2000-gebieden, en voor bescherming langs de gehele trekweg met projecten in o.a. Frankrijk, Marokko en Mauritanië en voor wetenschappelijk onderzoek naar deze soort om effectieve beschermingsmaatregelen te kunnen nemen. Dat heeft er in belangrijke mate aan bijgedragen dat de Lepelaar van de Rode Lijst afgehaald kon worden (bron: Vogelbescherming Nederland ).