Terug naar soorten

Zwarte Ibis

Plegadis falcinellus Ibissen

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Zwarte Ibis is een middelgrote vogel (tot 65 cm). Hoewel de vogel op afstand zwart lijkt, blijkt het verenkleed fraai gekleurd te zijn met vele tinten die in zonlicht een mooie metaalglans afgeven, van groenig tot paarsbruin, de foto laat dat mooi zien.

De Zwarte Ibis is de meest weidverspreide ibis. Hij broedt aan de oostkust van Noord- en Midden-Amerika, Zuidoost-Europa, Afrika, Zuid-Azië en Australië. Hij komt in Europa vooral voor in de warme, natte streken. Zwarte Ibissen zijn deels stand- en trekvogel. Noordelijke populaties (Europa) trekken naar het zuiden om te overwinteren.

Ze zoeken hun voedsel in ondiepe wateren (moerassen). Het voedsel varieert met het aanbod, maar op het menu staan allerlei insecten groot en klein, larven, wormen, slakken, krabbetjes en soms vis, kikkers en reptielen; deze lijst is niet limitatief…

Zwarte Ibissen broeden in kleine tot grote (gemengde) kolonies in zoet en brak water met veel opkomende vegetatie (riet e.d.). Het nest is een platform van twijgen en vegetatie in een lage boom of struik, minimaal een meter boven het wateroppervlak. Beide ouders broeden de 3-4 eieren uit en voeren de jongen. Die verlaten het nest na ongeveer een week, maar blijven bij de ouders. Ondanks waarnemingen van met takjes slepende vogels zijn er in Nederland nog geen zekere broedgevallen bekend. Toekomstig broeden is niet onmogelijk, gezien de sterke opmars van Zwarte Ibissen in Zuid-Europa (bron: Sovon ).

In de winter trekt deze soort naar Afrika en laat hij zich dan incidenteel in Nederland zien. De Zwarte Ibissen die in ons land verschijnen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit Zuid-Europa (met name Spanje), in het verleden ook uit Zuidoost-Europa (Hongarije). Het jaarlijkse voorkomen is erg wisselvallig, met in sommige jaren een influx zoals in 1932, 1994 en 2013. De soort kan het hele jaar worden gezien, met een kleine voorjaarspiek in april-juni en een duidelijker najaarspiek in september-november. De meeste waarnemingen stammen uit West- en Noord-Nederland (bron: Sovon ).