Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Hij zoekt zijn voedsel langs stammen en takken, altijd van beneden naar boven, zich soms als het ware in een spiraal om de stam verplaatsend. (Een Boomklever daarentegen gaat ook 'head-first' naar beneden op de stam.) De Boomkruiper heeft een dunne, kromme en naar beneden gebogen snavel waarmee hij insecten uit kieren en spleten in de boombast peutert.
Het nest wordt gemaakt achter loszittend schors, in spleten of in nauwe boomholten. Ook in klimop dat tegen muren opgroeid bouwt hij zijn nest van gras en worteltjes, bekleed met veertjes. Van april tot in juni zijn er meestal 2 legsels van 5-7 eieren die het vrouwtje uitbroed. Uitgevlogen jongen worden zo'n 1 tot 3 weken door beide ouders gevoerd.
Deze soort lijkt erg veel op de zeldzamere Taigaboomkruiper (geen broedvogel) en Kortsnavelboomkruiper maar die hebben een opvallender wenkbrauwstreep, zijn witter van onderen en zingen anders. Lees de uitgebreide beschrijving hieronder.
Voorkomen
De trend in het aantal broedparen in Meijendel volgt de landelijke heel behoorlijk, er is sprake van een geleidelijke toename. Enkele bosvogelsoorten zijn in de laatste twintig jaar in Meijendel duidelijk toegenomen, de Boomkruiper kan daar model voor staan.
Vogelkenmerken
Kleine boomstamklimmer, zoekt insecten tussen schorsspleten van loofbomen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren op boomschors en in schorsspleten. Spiraalsgewijs foerageren langs boomstammen. Gebruik van open boomkronen of hogere boomlaag. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Afhankelijkheid van ruwe schors voor voedselzoeken of nestplaats. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Foerageren vanaf of rond de stamvoet van bomen.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest achter losse schors of in schorsspleet. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Sterke plaatstrouw of standvogelgedrag. Zachte territoriale zang binnen paarterritorium.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.
Achtergrond
Verschillen tussen de drie Boomkruipers herkennen: een hele kunst!
Het onderscheid tussen de drie Boomkruipers is niet eenvoudig. Er zijn evenwel diverse bruikbare verschillen voor met name het onderscheid tussen Taiga- en Kortsnavelboomkruiper (kortweg de Taigaboomkruipers) enerzijds en de 'gewone' Boomkruiper anderszijds. De verschillen tussen de Taigaboomkruipers onderling is zeer klein.
Kleed. De gehele onderzijde van de Taigaboomkruipers is bijna wit en de snavel is iets korter. De wenkbrauwstreep is prominenter en helder wit, doorlopend naar de rug. De onderzijde van de Kortsnavelboomkruiper is eveneens wit, maar een zwakke bruine tint kleurt de achterkant, echter in mindere mate dan de bij 'gewone' Boomkruiper. De wenkbrauwstreep van de Kortsnavel- is vrij onduidelijk, de snavel houdt qua lengte het midden tussen de andere boomkruipers, maar is wel weer wat meer variabel.
Er zijn verschillen te onderscheiden in de tekening van de bovenzijde van de Taigaboomkruipers met de Boomkruiper. Bij de beide Taigaboomkruipers vormt de geel-oranje baan over de handpennen vanaf de rand van de vleugel eerst een 'bakje' en heeft vervolgens een veel steilere vorm dan bij Boomkruiper die een gelijkmatig getrapte streep heeft. Verschillen in deze streep tussen Taiga- en Kortsnavel- zijn door individuele variaties niet eenduidig genoeg om beide met zekerheid te determineren (bron: Vogelbescherming Nederland ).
Achternagel. De Taigaboomkruipers hebben een duidelijk langere achternagel dan de Boomkruiper. Dit is op de foto's goed te zien en ook op de tekeningen uit de ANWB-gids.
Roep en zang. Verder is er onderscheid te maken in zowel roep als zang van dit complex Boomkruipers. Gebruik de knoppen hieronder om de verschillen te beluisteren. Uitgaande van de 'gewone' Boomkruiper is de roep van de Taigaboomkruiper een dunner en ijler "sriee". De zang is duidelijk anders. Deze begint hoog, en daalt daarna 2x (bij de Boomkruiper stijgt hij tegen het einde). Het onderscheid tussen beide Taigaboomkruipers is veel kleiner, maar er zijn verschillen hoorbaar, met name in de laatste strofe(n).
Lokatie en tijd van het jaar bieden (last-but-not-least) houvast bij het determineren. Het areaal van de 'gewone' Boomkruiper strekt zich uit over de gematigde zones van Midden- en Zuid-Europa en een stukje Noord-Afrika met het zwaartepunt in continentaal Europa. De Boomkruiper heeft een voorkeur voor loofbossen op lagere hoogten, en ook parken en tuinen met veel vruchtbomen. Het is bij ons een algemene en een jaar- cq standvogel.
De Taigaboomkruiper broedt in Scandinavië en Oost-Europa en verder naar het oosten tot in het westen van Siberië, vaak hoger in gebergte. Daar is dit een vrij algemene bosvogel met een voorkeur voor naald- en gemengd bos. De Taigaboomkruiper is een vogel die jaarlijks in de herfst in ons land wordt waargenomen. Ze zijn dan vanaf half oktober, met name in Noord-Nederland (Waddeneilanden) en verder zuidelijk langs de kust te zien, ergo mogelijk ook in Meijdendel.
De Kortsnavelboomkruiper komt voor in grote delen van West Europa en heeft een voorkeur voor oude (gemengde) loofbossen met enige ondergroei en dood hout en/of los schors. Ze zijn in ons land vooral te vinden in de bossen van met name Zuid-Limburg, daar worden ze naast de 'gewone' Boomkruipers broedend aangetroffen.
De tijd van het jaar van de waarneming alsmede de lokatie bieden zodoende ook enige soelaas bij de determinatie. De kans dat Kortsnavel- èn Taigaboomkruiper in hetzelfde gebied voorkomen is immers zeer klein. De verschillen tussen Boomkruiper en Taigaboomkruipers zijn in principe groot genoeg om het onderscheid te kunnen maken, maar onthoud: door individuele variaties kan het onderscheid niet eenduidig genoeg zijn. Zang biedt nog de beste mogelijkheid, maar…, wat is de kans dat een Taigaboomkruiper in de herfst zingt?
Aanvullende informatie
Nils van Duivendijk (Vogelwacht Utrecht) - Determinatie Boomkruiper-Taigaboomkruiper - klik link.
Ger de Hoog: Determinatie Kortsnavelboomkruiper (met uitleg en foto's). Klik hier.
Dit afbeelding boven is een scan uit de ANWB Vogelgids van Europa.