Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Alle Stormvogels zoals dit Stormvogeltje zijn bewoners van de open oceaan. Ze komen alleen aan land om te broeden. Daar kunnen ze maar moeizaam lopen. Een opvallend kenmerk van deze vogels is de snavel met een buis op de bovenkant -dit zijn neusgaten- en een stevige haak aan de voorkant. Met die neusgaten kan op grote afstand drijvend voedsel worden opgespoord.
Het Stormvogeltje is de kleinste Europese zeevogel, iets kleiner dan een Boerenzwaluw. Het is een donkere vogel, tegen een lichte achtergrond zwart lijkend, met een opvallende witte stuit. Er zit een kenmerkende witte baan op de onderkant van de vleugel. Het vogeltje fourageert overdag door fladderend als een vlinder en vaak met hangende pootjes, kleine prooi uit het water op te pikken.
De grote meerderheid van de populatie broedt op (kleine) eilanden langs de kust van Europa, vooral IJsland, de Faeröer eilanden, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. De populatie aan de kusten van de Middellandse Zee is van een aparte ondersoort (Hydrobates pelagicus melitensis) die op zuidelijker gelegen eilanden broedt zoals de Balearen en Sicilië.
Stormvogeltjes nestelen in holen en rotsspleten en leggen één ei op de kale grond. De ouders broeden samen en brengen ook samen het jong groot. Predatie is een grote bedreiging voor deze soort en daarom vermijden ze eilanden met ratten en/of katten (door de mens geïntroduceerd). Ook vliegen ze alleen in het donker het nest aan, om zo rovende vogels (Meeuwen en Jagers) te ontlopen. Stormvogeltjes zijn trekvogels. Na het broedseizoen trekt de noordelijke populatie naar de kust van Zuid-Afrika en Namibië.
Stormvogeltjes worden voornamelijk langs de Noordzeekust gezien tijdens harde aanlandige winden, bij uitzonderlijke omstandigheden ook in de Waddenzee. Gewoonlijk passeren slechts enkele vogels per jaar, een enkele maal gaat het om een landelijk totaal van ettelijke tientallen. Het voorkomen blijft nagenoeg beperkt tot de periode september-december. Waarnemingen diep in het binnenland zijn bijzonder zeldzaam (bron: Sovon ).
Het Stormvogeltje is de kleinste Europese zeevogel, iets kleiner dan een Boerenzwaluw. Het is een donkere vogel, tegen een lichte achtergrond zwart lijkend, met een opvallende witte stuit. Er zit een kenmerkende witte baan op de onderkant van de vleugel. Het vogeltje fourageert overdag door fladderend als een vlinder en vaak met hangende pootjes, kleine prooi uit het water op te pikken.
De grote meerderheid van de populatie broedt op (kleine) eilanden langs de kust van Europa, vooral IJsland, de Faeröer eilanden, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. De populatie aan de kusten van de Middellandse Zee is van een aparte ondersoort (Hydrobates pelagicus melitensis) die op zuidelijker gelegen eilanden broedt zoals de Balearen en Sicilië.
Stormvogeltjes nestelen in holen en rotsspleten en leggen één ei op de kale grond. De ouders broeden samen en brengen ook samen het jong groot. Predatie is een grote bedreiging voor deze soort en daarom vermijden ze eilanden met ratten en/of katten (door de mens geïntroduceerd). Ook vliegen ze alleen in het donker het nest aan, om zo rovende vogels (Meeuwen en Jagers) te ontlopen. Stormvogeltjes zijn trekvogels. Na het broedseizoen trekt de noordelijke populatie naar de kust van Zuid-Afrika en Namibië.
Stormvogeltjes worden voornamelijk langs de Noordzeekust gezien tijdens harde aanlandige winden, bij uitzonderlijke omstandigheden ook in de Waddenzee. Gewoonlijk passeren slechts enkele vogels per jaar, een enkele maal gaat het om een landelijk totaal van ettelijke tientallen. Het voorkomen blijft nagenoeg beperkt tot de periode september-december. Waarnemingen diep in het binnenland zijn bijzonder zeldzaam (bron: Sovon ).