Terug naar soorten

Steppevorkstaartplevier

Glareola nordmanni Vorkstaartplevieren

Rode lijst |
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Steppevorkstaartplevier is van het formaat Merel. In de vlucht heeft hij een sternachtig profiel vanwege lange, slanke vleugels en een gevorkte staart. De bovenzijde is olijfbruin, de onderzijde is wit, de overgang tussen beide is geleidelijk. In zomerkleed is de fraaie keeltekening diagnostisch voor beide vorkstaartplevieren: een zachtgeel vlak met een zwarte rand, die via de keel van oog tot oog loopt. De snavel is zwart maar iets rood aan de basis. In winterkleed verdwijnt de keelring en verbleekt het rood aan de snavel.

Hij lijkt sterk op de Vorkstaartplevier en is daar vaak lastig van te onderscheiden. Het onderscheid tussen beide vorkstaartplevieren kan het best in de vlucht gemaakt worden. De Vorkstaartplevier heeft namenlijk een witte armvleugel achterrand, de Steppevorkstaartplevier niet. Bovendien is de bovenzijde van de vleugel bij de Vorkstaartplevier lichter bruin. Bij goed licht en goed zicht is bovendien de bruinrode vleugelonderzijde van de Vorkstaartplevier te zien, die is bij Steppevorkstaartplevier bijna zwart. De staart van de Steppevorkstaartplevier is wat korter en er is minder rood aan de snavelbasis.

Hoewel Steppevorkstaartplevieren taxonomisch zijn ingedeel bij de steltlopers, jagen ze vliegend op insecten. Daarbij gaat de vergelijking met een stern duidelijk op vanwege de sierlijke slag met plotselinge bewegingen en duikvluchten. Insecten zijn het hoofdvoedsel van deze vogels.

Steppevorkstaartplevieren broeden van Oost-Oekrainië oost tot in Kazakhstan. Het broedbiotoop bestaat uit vlakke, open landschappen zoals akkers, steppe en zandige oevers langs meren of rivieren; er moet in elk geval wel water in de buurt zijn om ’s ochtends en ’s avonds op insecten te kunnen jagen. Het nest is nauwelijks meer dan een kaal kuiltje waar de eieren in worden gelegd.

Steppevorkstaartplevieren overwintert in Afrika ten zuiden van Sahara, het merendeel in Zuidelijk Afrika. Ze verschijnen zelden als dwaalgast in Nederland. Vóór het jaar 2000 zijn 23 waarnemingen vastgesteld, van 2000 tot en met 2017 waren er dat 17. De meeste gevallen dateerden uit augustus en september (bron: Dutchbirding).