Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Vorkstaartplevier is van het formaat Merel. In de vlucht heeft hij een sternachtig profiel door lange, slanke vleugels en een gevorkte staart. De bovenzijde is olijfbruin, de onderzijde wit, de overgang tussen beide is geleidelijk. In zomerkleed is de fraaie keeltekening diagnostisch voor beide vorkstaartplevieren: een zachtgeel vlak met een zwarte rand, die via de keel van oog tot oog loopt. De snavel is zwart maar opvallend rood aan de basis. In winterkleed verdwijnt de keelring en verbleekt het rood aan de snavelbasis. 
De Vorkstaartplevier lijkt sterk op de Steppevorkstaartplevier en is daar vaak lastig van te onderscheiden. Het onderscheid tussen beide kan het best in de vlucht worden gemaakt. De Vorkstaartplevier heeft namenlijk een witte armvleugel achterrand, de Steppevorkstaartplevier niet. Bovendien is de bovenzijde van de vleugel bij de Vorkstaartplevier lichter bruin. Bij goed licht en goed zicht is bovendien de bruinrode vleugelonderzijde van de Vorkstaartplevier te zien, die is bij de Steppevorkstaartplevier bijna zwart.
Hoewel Vorkstaartplevieren taxonomisch zijn ingedeel bij de steltlopers, jagen ze vliegend op insecten. Daarbij gaat de vergelijking met een stern duidelijk op vanwege de sierlijke slag met plotselinge en duikvluchten. Insecten zijn het hoofdvoedsel van deze vogels.
Het broedareaal is nogal verbrokkeld en loopt van het Middellandse-Zeegebied via het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië naar Centraal-Azië. Het broedbiotoop bestaat uit vlakke, open landschappen zoals steppe en zandige oevers langs meren ook droogevallen moddervlaktes voldoen; er moet wel water in de buurt zijn om ’s ochtends en ’s avonds op insecten te kunnen jagen. Het nest is nauwelijks meer dan een kaal kuiltje waar de eieren in worden gelegd.
Het gros van de Vorkstaartplevieren overwintert in het Afrika zuid van de Sahara. Ze verschijnen zelden als dwaalgast in Nederland. Vóór het jaar 2000 zijn 15 waarnemingen vastgesteld, van 2000 tot en met 2017 waren er dat 8. De meeste gevallen dateerden van mei tot begin augustus (bron: Dutchbirding).

Vooraanzicht Vorkstaartplevier.
Klik de foto voor een vergroting.
Foto: bosfoto.nl.
Klik de foto voor een vergroting.
Foto: bosfoto.nl.
De Vorkstaartplevier lijkt sterk op de Steppevorkstaartplevier en is daar vaak lastig van te onderscheiden. Het onderscheid tussen beide kan het best in de vlucht worden gemaakt. De Vorkstaartplevier heeft namenlijk een witte armvleugel achterrand, de Steppevorkstaartplevier niet. Bovendien is de bovenzijde van de vleugel bij de Vorkstaartplevier lichter bruin. Bij goed licht en goed zicht is bovendien de bruinrode vleugelonderzijde van de Vorkstaartplevier te zien, die is bij de Steppevorkstaartplevier bijna zwart.
Hoewel Vorkstaartplevieren taxonomisch zijn ingedeel bij de steltlopers, jagen ze vliegend op insecten. Daarbij gaat de vergelijking met een stern duidelijk op vanwege de sierlijke slag met plotselinge en duikvluchten. Insecten zijn het hoofdvoedsel van deze vogels.
Het broedareaal is nogal verbrokkeld en loopt van het Middellandse-Zeegebied via het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië naar Centraal-Azië. Het broedbiotoop bestaat uit vlakke, open landschappen zoals steppe en zandige oevers langs meren ook droogevallen moddervlaktes voldoen; er moet wel water in de buurt zijn om ’s ochtends en ’s avonds op insecten te kunnen jagen. Het nest is nauwelijks meer dan een kaal kuiltje waar de eieren in worden gelegd.
Het gros van de Vorkstaartplevieren overwintert in het Afrika zuid van de Sahara. Ze verschijnen zelden als dwaalgast in Nederland. Vóór het jaar 2000 zijn 15 waarnemingen vastgesteld, van 2000 tot en met 2017 waren er dat 8. De meeste gevallen dateerden van mei tot begin augustus (bron: Dutchbirding).