Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Steltkluut is onmiskenbaar door de zeer lange roze-rode poten, het zwart-witte verenkleed en een lange rechte naaldfijne snavel. Hij is vooral wit met een zwarte mantel en vleugels, witte kop en kruin die bij het mannetje vaak grijs is. De mantel van het vrouwtje is meer bruin-zwart. In de vlucht is het lichaam gestrekt en steken de poten ver achter de staart uit.
In Europa komen Stelkluten voor ten zuiden van de lijn (globaal) Brussel, Wenen, Boedapest en dan verder oostwaarts. Ze preferen ondiep water zonder getij. In Nederland zijn vooral ondiepe zoetwatermoerassen van belang als broedgebied. Het voedsel is gevarieerd en bestaat onder andere uit insecten, slakken, wormpjes, kreeftachtigen en kleine vissen. Dankzij de lange poten kan dit in dieper water worden gevangen dan andere steltlopers.
Steltkluten broeden in kleine kolonies. Ze bouwen een verhoogd nest van plantenresten. Vrijwel direct na het uitkomen van de eieren kunnen de jongen lopen en voor zichzelf zorgen.
In Europa komen Stelkluten voor ten zuiden van de lijn (globaal) Brussel, Wenen, Boedapest en dan verder oostwaarts. Ze preferen ondiep water zonder getij. In Nederland zijn vooral ondiepe zoetwatermoerassen van belang als broedgebied. Het voedsel is gevarieerd en bestaat onder andere uit insecten, slakken, wormpjes, kreeftachtigen en kleine vissen. Dankzij de lange poten kan dit in dieper water worden gevangen dan andere steltlopers.
Steltkluten broeden in kleine kolonies. Ze bouwen een verhoogd nest van plantenresten. Vrijwel direct na het uitkomen van de eieren kunnen de jongen lopen en voor zichzelf zorgen.
Voorkomen
Steltkluten broeden vanaf 1931 in Nederland maar doen dat niet jaarlijks, in veel jaren hooguit een enkel paartje. In jaren van grote droogte in het Middellandse Zeegebied wijken Steltkluten uit naar noordelijker broedgebieden. In zulke jaren komen in Nederland tot enkele tientallen paartjes tot broeden, in 2016 waren dat er 25.
Vooral het Deltagebied is dan in trek om te broeden, in recente jaren ook het noordoosten van het land. Broedgevallen in Nederland leveren maar zelden vliegvlugge jongen op (bron: zie vogel.asp r398).
Vooral het Deltagebied is dan in trek om te broeden, in recente jaren ook het noordoosten van het land. Broedgevallen in Nederland leveren maar zelden vliegvlugge jongen op (bron: zie vogel.asp r398).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Bescherming
Het broedsucces van de Steltkluut in Nederland is niet groot. Veel nesten mislukken als gevoel van predatie of verstoring door vee en jongen sterven als het broedgebied opdroogt. Dit is inherent aan grillige karakter van het leefgebied van de Steltkluut, waardoor hij net zo snel verschijnt als verdwijnt. Of het aantal Steltkluten in Noord-Europa toeneemt, zal afhangen van hoe droog het in Zuid-Europa wordt (bron: Vogelbescherming Nederland ).