Februaritelling 2026: Kou keldert vogelverblijf?

In januari was aan de vogeltellingen in Meijendel al een periode van koude voorafgegaan. Maar dat was toen bepaald (nog) niet af te lezen aan de vogeldichtheid. Deze maand ligt het duidelijk anders: het bleef koud maar de totale vogeldichtheid kelderde naar 275 vogels/km² (78 lager dan gemiddeld voor februari). In totaal zijn er in 27 kavels (10,1 km²) 2.788 vogels aangetroffen (72 soorten).
Door veel van de tellers (meer dan 80 %) zijn de telomstandigheden deze maand ‘gunstig’ genoemd (en door nog eens ruim 10 % ‘vrij gunstig’). Maar voorafgaand aan de februari-tellingen is het eigenlijk al sinds pakweg eind december 2025 geregeld nogal koud geweest. En hoewel er in januari in vergelijking met andere jaren nog geen greintje sprake was van verlaging van de vogeldichtheid (de dichtheid bleek in januari juist hoog te zijn), leek het nu wel alsof vrij veel vogels nog even teruggevlogen zijn naar een eindje zuidelijker, wellicht op zoek naar iets meer warmte en voedsel. De totale vogeldichtheid is tussen januari en februari in één keer gekelderd van een bijna-top-waarde naar een vrijwel minimumwaarde (zie grafiek).

Over de afzonderlijke vogelsoorten vallen ditmaal qua dichtheden niet zo erg veel bijzonderheden op. Vier vogelsoorten (buiten de roofvogels) kwamen uit op de laagste februari-dichtheden: Watersnip, Halsbandparkiet, Zanglijster en Koolmees, maar de gevonden waarden vielen alle binnen de normale variatie. Bezien we het dichtheidsverloop echter over het gehele tot nu toe doorlopen seizoen, dan blijkt dat meer soorten tot dusverre qua dichtheid onder álle gemiddelde maanduitkomsten gedoken zijn. Deze soorten zijn: Krakeend (zie grafiek), Meerkoet, Holenduif, Halsbandparkiet, Vuurgoudhaan en Sijs. Hetzelfde geldt voor de Glanskop en de Goudvink (soorten die het al enkele jaren moeilijk hebben in Meijendel) en ook voor de Boomklever. Bij de laatstgenoemde kan het evenwel een gevolg zijn van het vooral voorkomen van de soort in een kavel dat in het huidige seizoen niet is meegenomen bij de inventarisaties.

Twee soorten bereikten in de maand februari een bijzondere topdichtheid, elk met het plotseling verschijnen van slechts één enkel individu: de Ruigpootbuizerd (kavel 10/12/76) en de Zwarte specht (kavel 77). De Ruigpootbuizerd was voor het laatst gesignaleerd in november 2016 en is – zo lijkt het – gaan behoren tot de zeldzaamheden in Meijendel. De Zwarte specht is dit seizoen al eerder geregistreerd en wel voor het eerst sinds zelfs decennia. (In afgelopen oktober zijn er overigens twee individuen waargenomen.)
De Tafeleend, de Grote zaagbek en de Groenling braken dit keer hun hoogterecord van februaridichtheid. Daarbij sprong de dichtheid van de Groenling het meest in het oog: meer dan een verdubbeling van de gemiddelde waarde in deze maand (4 t.o.v. ruim 1,4 vogels/km²).
Als extra noemenswaardige waarnemingen zou ik tenslotte nog willen vermelden: 3 Middelste zaagbekken (2 in kavel 45 en 1 in kavel 4/5), 1 Roerdomp in kavel 16, 2 Bokjes in kavel 10/12/76 en 1 ‘witkoppige’ Staartmees (niet te verwarren met de Witkopstaartmees) in kavel 1B.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)