Terug naar nieuws

Januaritelling 2026: Mooi weer, veel vogels en soorten

30-6-2026

Het weer was gedurende de gehele telronde van januari gunstig maar volgde op een vrij stevige koudeperiode (met ijs en sneeuw). Je zou misschien verwachten dat zo’n koudeperiode tot vlak vóór de telronde de resultaten een beetje drukt. Maar overall beschouwd blijkt de vogeldichtheid, die in de laatste drie maanden al erg hoog was uitgevallen, nog steeds uit te torenen boven de gemiddelde waarde voor de maand januari: 439 vogels/km². Er zijn 4.407 vogels (van 84 soorten) waargenomen in 27 kavels. Totale getelde oppervlakte: 10,0 km².

Er zijn voor januari opvallend veel ganzen gesignaleerd: maandrecords voor de Grauwe, Kol- en Brandgans. Alleen de exotische ganzensoorten (Nijl- en Canadese gans) waren er (gelukkig?) nauwelijks. Verder viel de relatief hoge dichtheid van de Tafeleend (ook een januari-record) en van de Grote zaagbek op, terwijl de dichtheid van het Nonnetje nu juist erg laag was.

Van de Krakeend zijn de dichtheden gedurende dit gehele seizoen al erg laag, maar dat zou best eens een gevolg kunnen zijn van de uitval van de kavels 91 en 105 bij de tellingen in dit seizoen.

Ook de Waterral is al enkele maanden bovengemiddeld aanwezig en haalde nu een januari-record. De soort lijkt al langer bezig aan een trage, zeer geleidelijke opmars. Maar de dichtheid van de Houtsnip spande de kroon. Bijna 4x de gemiddelde maandwaarde voor januari werd bereikt: ruim 11 individuen/km².

Verder blijven de Boomleeuweriken de laatste jaren in de winter meer en meer aanwezig. Het januari-record van vorig jaar sneuvelde. Opvallend daarbij lijkt dat de vogels elkaar enigszins opzoeken. In kavel 42 werden er zelfs 19 aangetroffen.

Wellicht is het nieuwe dichtheidsrecord van de IJsvogel meteorologisch goed verklaarbaar. Bij vorst heeft deze visspecialist de neiging wakken in het ijs of plekken met minder ijs op te zoeken en deze komen in de buurt van de kust meer voor. Maar laten we ook weer even stilstaan bij de Merel. In 2016 dook het Usutu-virus in het oosten op en het duurde nog even eer het effect (verlaagde aantallen Merels) zichtbaar werd in Meijendel. Ik heb daarom de gemiddelde dichtheidswaarden per maand van de Merel grafisch bijeengezet voor de jaren vóór en de jaren na de start van de epidemie en in dezelfde grafiek tevens de in dit jaar gevonden dichtheden. Het lijkt er dan op dat de vogels in de noordelijke streken, die dit seizoen wat later dan gebruikelijk bij ons (b)leken aan te komen, zich behoorlijk aan het herstellen zijn (zie grafiek). Laten we maar hopen dat dit blijvend is en dat er wat extra exemplaren van de hierheen getrokken Merels ook achterblijven in Meijendel. Zij vinden vast voldoende voedsel.

Aardigheden

Tot slot nog wat aardigheden: een foto van de Roerdomp in kavel 4/5, die zich vanuit een naburig kavel liet fotograferen, verder 2 Middelste zaagbekken in kavel 45, al 4 Kieviten in kavel 42, in de kavels 13S en 75 elk 4 Bokjes, een Bosuil in kavel 1B en een Velduil in kavel 15, Veldleeuweriken in de kavels 42 (1) en 73 (4), een Grote gele kwikstaart in kavel 45, 1 Witte kwikstaart in kavel 73 en 6 Kuifmezen in kavel 72. En ook nog aardige bewijzen voor overwintering bij ons: 2 Roodborsttapuiten in kavel 14, 2 Tjiftjaffen in kavel 4/5 en 1 Rietgors in kavel 2, zo direct na die koude periode!

Maar de echte klap op de nieuwjaarsvuurpijl is deze keer: 2 Otters in kavel 17.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)