Vogeldata en beheer
Bijna zeventig jaar vogelmonitoring
Sinds 1958 worden de broedvogels van Meijendel jaarlijks geinventariseerd. Daarmee beschikt de Vogelwerkgroep Meijendel over een van de langste onafgebroken vogelmeetreeksen.
De database omvat inmiddels:
- broedvogelterritoria vanaf 1958;
- wintervogeltellingen vanaf 2000/2001;
- alle BMP-veldwaarnemingen vanaf 2009.
Voor de recente gegevens zijn ook exacte locaties beschikbaar. Hierdoor ontstaat een unieke combinatie van lange termijn en ruimtelijk detail.
Deze gegevens vertellen niet alleen iets over vogels. Ze laten ook zien hoe het landschap van Meijendel verandert.
Vogels vertellen het verhaal van het duin
Vogels reageren snel op veranderingen in hun leefomgeving. Wanneer open zand verdwijnt, struweel uitbreidt, bos ouder wordt of recreatiedruk verandert, wordt dat vaak zichtbaar in de vogelstand.
Daardoor kunnen vogels worden gebruikt als indicatoren van natuurontwikkeling.
Een goed voorbeeld is de Boomleeuwerik. Deze soort was in de jaren negentig nog schaars in Meijendel, maar is inmiddels sterk toegenomen. Dat past bij het ontstaan van een gevarieerd landschap met open zand, lage vegetaties en verspreide struiken.
De Nachtegaal laat juist zien dat natuurontwikkeling vaak complexer is dan op het eerste gezicht lijkt. Meer struweel betekent niet automatisch meer Nachtegalen. Onderzoek laat zien dat vooral de structuur van het struweel belangrijk is. Nachtegalen profiteren van een afwisseling van dicht struweel, open plekken en een rijk bodemleven.
Meer dan alleen soorten tellen
Een enkele vogelsoort vertelt zelden het hele verhaal. Daarom worden vogelsoorten vaak samengevoegd tot grotere groepen.
Zo kunnen soorten worden ingedeeld naar:
- leefgebied (ecologische vogelgroepen);
- bedreigingsstatus (Rode- en Oranjelijstsoorten);
- Natura 2000-habitats;
- ecologische functie, zoals voedselkeuze of nestplaats.
Elke benadering belicht een ander aspect van de natuur.
Ecologische vogelgroepen laten bijvoorbeeld zien hoe open duin, struweel, bos of natte gebieden zich ontwikkelen. Rode- en Oranjelijstsoorten maken zichtbaar hoe het gaat met kwetsbare soorten. Functionele groepen geven inzicht in onderliggende processen, zoals veranderingen in insectenaanbod of broedgelegenheid.
Samen geven deze groepen een veel completer beeld dan losse soorten.
Wat laten de gegevens zien?
De eerste analyses van de Meijendelse vogelgegevens wijzen op duidelijke langetermijnontwikkelingen.
De totale vogeldiversiteit is sinds 1958 toegenomen. Tegelijkertijd zijn verschillende karakteristieke soorten van open, schrale en dynamische duinen afgenomen.
Dat betekent dat een grotere soortenrijkdom niet automatisch gelijk staat aan een hogere natuurkwaliteit.
Soorten van struweel en bos, zoals Nachtegaal, Grasmus, Zwartkop, Tjiftjaf en Grote Bonte Specht, profiteerden van de voortgaande successie en de uitbreiding van houtige vegetaties.
Daartegenover staan soorten van open duinen, zoals Tapuit, Veldleeuwerik en Graspieper, die een veel kwetsbaarder beeld laten zien.
De analyses maken daarmee zichtbaar hoe het duinlandschap zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld.
Van patroon naar verklaring
Het beschrijven van trends is slechts de eerste stap. De volgende vraag is waarom soorten veranderen.
Daarvoor worden statistische analysemethoden gebruikt.
Met correlatieanalyses kan worden onderzocht of ontwikkelingen samen optreden. Nemen Nachtegalen bijvoorbeeld toe wanneer het struweeloppervlak groeit? Gaan open-duinsoorten achteruit wanneer open zand verdwijnt?
Regressiemodellen gaan een stap verder. Daarbij wordt onderzocht welke factoren het sterkst samenhangen met veranderingen in de vogelstand. Denk aan:
- oppervlakte open zand;
- ontwikkeling van struweel;
- begrazing;
- recreatiedruk;
- konijnendichtheid;
- hydrologische veranderingen.
Vogeldata als hulpmiddel voor natuurbeheer
Het Natura 2000-beheerplan voor Meijendel en Berkheide bevat een breed pakket aan maatregelen, waaronder:
- begrazing;
- maaibeheer;
- herstel van verstuiving;
- hydrologisch herstel;
- verwijderen van opslag;
- bestrijding van exoten.
De effecten van dergelijke maatregelen worden al op verschillende manieren gemonitord.
Vogelgegevens kunnen deze monitoring aanvullen. Zij vormen een onafhankelijke toets op de vraag of veranderingen in vegetatie en habitat ook daadwerkelijk zichtbaar worden in de dierenwereld.
Wanneer herstel van open duin leidt tot een toename van karakteristieke open-duinsoorten, versterkt dat de conclusie dat het beheer succesvol is. Wanneer habitatkaarten verbetering laten zien maar karakteristieke vogelsoorten uitblijven, kan dat aanleiding zijn voor nader onderzoek.
Vogeldata vervangen de bestaande monitoring niet, maar voegen een extra dimensie toe.
Een unieke informatiebron
De kracht van de Meijendelse vogelgegevens ligt in de combinatie van drie eigenschappen:
- een uitzonderlijk lange tijdreeks;
- een grote ruimtelijke dekking;
- moderne analysemogelijkheden.
De gegevens gaan terug tot een periode waarin veel huidige ontwikkelingen nog niet waren begonnen. Daardoor bieden zij een uniek venster op de ecologische geschiedenis van het gebied.
Door vogelgegevens te combineren met habitatkaarten, beheerinformatie, hydrologische gegevens en andere monitoringsresultaten ontstaat een steeds completer beeld van de ontwikkeling van Meijendel.
Bijna zeventig jaar vogelmonitoring heeft daarmee niet alleen een waardevol archief opgeleverd, maar ook een krachtig instrument om de natuur van Meijendel beter te begrijpen en het beheer van de toekomst te ondersteunen.