Van stuivend duin naar halfnatuurlijk landschap
Het huidige landschap van Meijendel oogt voor veel bezoekers als een natuurlijk duingebied. In werkelijkheid is het landschap het resultaat van eeuwenlange wisselwerking tussen natuurlijke processen en menselijk gebruik. Wind, zand en water vormden de basis, maar landbouw, waterwinning, recreatie en natuurbeheer hebben het gebied minstens zo sterk beïnvloed.
1200–1600 Een landschap van zand, wind en water
Meijendel maakt deel uit van het jonge kustduingebied van Zuid-Holland. Tussen ongeveer 1200 en 1600 ontstonden langs de kust de Jonge Duinen. Door aanvoer van zand uit zee en voortdurende verstuiving ontwikkelde zich een landschap van hoge duinen, open zandvlakten en vochtige duinvalleien.

Ook in deze periode was het gebied geen ongerepte wildernis. De duinen werden gebruikt voor konijnenjacht, begrazing en houtwinning. Vooral de vochtige duinvalleien waren aantrekkelijk voor boeren. Konijnen hielden door hun graaf- en vraatactiviteit grote delen van het landschap open en stimuleerden verstuiving.
1769–1833 Ontginning van het duin
Vanaf de achttiende eeuw ontstond belangstelling om de duinen economisch beter te benutten. De Harstenhoek werd vanaf circa 1769 systematisch ontgonnen voor landbouw. Eind achttiende eeuw waren de duinen rond Wassenaar echter nog altijd zeer dynamisch. Tijdgenoten beschreven ze als grotendeels kaal en voortdurend verstuivend.

In de negentiende eeuw probeerde de overheid boerengezinnen in de duinen te vestigen. Vanaf 1833 werden boerderijen gebouwd in onder meer Meijendel en Bierlap. Akkers, weilanden, houtwallen en beschuttingsbeplantingen veranderden het landschap ingrijpend. Het experiment bleek economisch weinig succesvol en werd uiteindelijk grotendeels verlaten.
1874 Waterwinning verandert het landschap
Een nieuwe fase begon in 1874 met de aanleg van het sprankenstelsel voor de Haagse drinkwatervoorziening. Door de voortdurende grondwateronttrekking daalde het grondwaterpeil sterk. Rond 1900 waren al tientallen vochtminnende plantensoorten verdwenen.
Mede door deze verdroging bleef Meijendel tot ver in de twintigste eeuw een opvallend open landschap. Luchtfoto's uit de jaren twintig en dertig tonen vooral duingraslanden en kaal zand. Bossen kwamen voornamelijk voor in enkele grotere duinvalleien en langs de binnenduinrand.
1925–1955 Recreatie en bebossing
In 1925 kwam Meijendel in handen van de gemeente Den Haag. Naast waterwinning kreeg recreatie een steeds belangrijkere functie. Al voor de Tweede Wereldoorlog werd bepleit om delen van het duingebied aantrekkelijker te maken voor bezoekers.
Na 1950 groeide recreatie explosief. Het beheer richtte zich daarom steeds sterker op het geleiden van bezoekers. Bos- en struikaanplant werden bewust ingezet om recreatie op te vangen, verstuiving tegen te gaan en kwetsbare delen van het duin te beschermen.
Veel van het huidige bos en struweel ontstond in deze periode. Anders dan vaak wordt gedacht, was dit niet uitsluitend het gevolg van natuurlijke ontwikkeling. Duizenden bomen en struiken werden actief aangeplant.
1954–1990 Myxomatose, Infiltratie en verstruweling
De grootste verandering vond plaats vanaf 1955, toen rivierwater uit de Lek naar Meijendel werd gebracht voor infiltratie. Nieuwe infiltratieplassen werden aangelegd en delen van het landschap kwamen opnieuw onder invloed van grondwater te staan.

Tegelijkertijd werd het landschap beïnvloed door twee andere ontwikkelingen. Door de uitbraak van myxomatose in 1954 stortte de konijnenstand in. Hierdoor verdween een belangrijke natuurlijke begrazer. Jonge bomen en struiken kregen veel meer kans om op te groeien. Ook de stikstofdepositie nam toe.
De combinatie van infiltratie, afnemende begrazing en actieve aanplant leidde tot een snelle toename van bos en struweel. Het open duinlandschap van voor 1950 veranderde geleidelijk in een veel meer gesloten landschap.
1990 - heden natuurherstel
Vanaf de jaren tachtig groeide het besef dat veel karakteristieke duinnatuur achteruitging. Open duinen, soortenrijke graslanden en vochtige duinvalleien verdwenen of namen sterk af.

Daarom verschoof het beheer vanaf de jaren negentig van recreatieve inrichting naar natuurherstel. Begrazing werd opnieuw ingevoerd, vergraste valleien werden geplagd en maatregelen werden genomen om open zand en natuurlijke verstuiving terug te brengen.
Meijendel vandaag
Tegenwoordig staat Meijendel voor de opgave om verschillende functies met elkaar te combineren: drinkwaterwinning, recreatie en natuurbehoud.
Veel huidige beheermaatregelen zijn erop gericht eigenschappen van het historische duinlandschap terug te brengen. Windgaten in de zeereep zorgen opnieuw voor zandtransport. Bos en struweel worden plaatselijk teruggedrongen en vochtige duinvalleien worden hersteld.
Het huidige Meijendel is daardoor geen volledig natuurlijk landschap, maar ook geen aangelegd park. Het is een halfnatuurlijk landschap waarin eeuwen van menselijk gebruik en natuurlijke processen samen een uniek duingebied hebben gevormd.
