Terug naar soorten

Vuurgoudhaan

Regulus ignicapilla Goudhanen

Broedvogel
4jaren
6territoria
3hoogste jaar

1998 t/m 2020 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Vuurgoudhaan
Vuurgoudhaan Foto: Frank Vassen · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Vuurgoudhaan is één van de kleinste broedvogels van Nederland. Het opvallende kuifje is bij vrouwtjes geel en bij mannetjes oranje van kleur. Deze goudhaan heeft een duidelijke witte wenkbrauwstreep met zwarte oogstreep. Het is hoofdzakelijk een schaarse standvogel die in voor- en najaar versterking krijgt van doortrekkers. De Vuurgoudhaan zingt zacht een eenvoudig en hoog, kort trillerig liedje dat niet op en neer gaat zoals bij de Goudhaan. Ook de roep is zacht en hoog.

Dit vogeltje heeft een voorkeur voor sparrenbossen en eventueel gemengde bossen met veel spar op de hogergelegen zandgronden, in Nederland vooral in het oosten. Het hangt zijn nestje op aan de takken. Alleen het vrouwtje broedt en meestal worden jaarlijks twee legsels grootgebracht. Ze kunnen in de broedtijd heel agressief zijn als het op verdedigen van het nest aankomt.

De Vuurgoudhaan is vrij zeldzaam en komt in Meijendel sporadisch voor, zeker niet broedend. De soort vertoont sterke gelijkenis met zijn neef de Goudhaan. Deze laatste is talrijker en mist de opvallende wenkbrauwstreep. Het mannetje Vuurgoudhaan heeft in plaats van geel een geheel fel oranje kruinstreep. Vergelijk de Vuurgoudhaan met de Goudhaan op deze site.

Voorkomen

Vuurgoudhaantjes zijn in de broedtijd minder strikte naaldhoutbewoners dan Goudhaantjes. Ze nestelen zowel in sparrenbossen als groepjes of soms zelfs losse sparren temidden van loofbos. Lokaal (Zuid-Limburg) broeden ze zelfs in puur loofbos (met veel klimop). De soort vestigde zich vanaf 1928 in ons land, als onderdeel van een uitbreidingsgolf die grote delen van West-Europa betrof. Aantallen en verspreiding namen tot ongeveer 1975 sterk toe. Sindsdien breidde de soort zijn verspreiding nog iets uit, maar de aantallen groeiden niet navenant en namen in sommige kerngebieden zelfs af. De omvorming van sparrenbos in natuurlijker loofbos is waarschijnlijk ongunstig voor de soort, maar andere factoren spelen wellicht eveneens mee (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Kleine kleurrijke zangvogel, leeft in naald- en gemengde bossen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Sterke binding aan naaldbos of naaldhoutopslag. Gebruik van hulst, klimop of vergelijkbare wintergroene struikstructuren. Gebruik van sparrentoppen of hoogste delen van sparren.

Voedsel van volwassen vogels: bladluizen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden grote insecten nachtvlinders springstaarten

Voedsel voor jongen: springstaarten als jongenvoedsel

Nestplaats en nestbouw: Hangend komnest in sparrennaalden of sparrentakken.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Duidelijke trekpiek beïnvloedt waarnemingskans.