Terug naar soorten

Spreeuw

Sturnus vulgaris Spreeuwen

Broedvogel
59jaren
2382territoria
92hoogste jaar

1967 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Spreeuw
Spreeuw Foto: PierreSelim · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Al ziet hij er op een afstand wat saai uit, 'n beetje een zwart silhouet, met de juiste lichtval blijkt een Spreeuw een schitterend gekleurde vogel te zijn.

In de stad en op het platteland is het een talrijke jaarvogel. Hij is brutaal, agressief en een luidruchtige cultuurvolger. Het is zeker een spectaculair gezicht als ze in zwermen van duizenden tegelijk naar hun vaak vaste slaapplaats vliegen, waar ze luidruchtig en meestal tot ergernis van omwonenden de nacht doorbrengen. Maar ze bevuilen daarbij de omgeving en belemmeren de slaapbomen in de groei, terwijl takken soms afbreken door het gewicht van de vogels die er op zitten! In de zomer zijn ze de schrik van fruittelers, want ze kunnen grote schade aanrichten in de boomgaarden.

Spectakel in de schemering. Foto: Rob Kempers
Click foto voor vergroting
Hun vocabulair is zeer uitgebreid; de 'eigen' zang is een wat fluitend gepruttel of gekwetter, maar ze kunnen ook erg goed andere vogels immiteren of geluiden uit hun omgeving zoals straatgeluiden, het fluiten van mensen of zelfs een fietsbel! De Spreeuw is een alleseter: insecten, wormen en slakken, maar ook zaden en bessen staan op het dieet.

Spreeuwen broeden gewoonlijk (maar niet uitsluitend) in losse kolonies. Ze bouwen een slordig nest van wat stro en droge grassprieten in een (boom)holte of iets dergelijks, ook holtes in gebouwen. Het wordt bekleed met mos en veren en er komen 5 - 7 lichtblauwe eieren in te liggen die de ouders gezamenlijk uitbroeden. De jongen worden door beide ouders gevoerd. Meestal volgt meteen na het eerste, een tweede legsel.

In het najaar trekt een groot deel van de Nederlandse broedvogels weg, maar ze worden vervangen door trekvogels uit Noord- en Oost-Europa.

Voorkomen

Al behoort de Spreeuw tot de meest algemene soorten ter wereld, de spreeuwenstand in Nederland gaat vanaf eind jaren zeventig sterk achteruit. Over de periode 1984-2012 is de broedpopulatie zelfs met gemiddeld 4% per jaar afgenomen. Daardoor resteert momenteel minder dan 40% van de populatie van medio jaren tachtig. In de laatste tien jaar is de negatieve trend wat afgezwakt, maar bedraagt nog steeds meer dan 2% per jaar. Ook in omringende landen gaat het slecht met de Spreeuw. Op Europees niveau is de soort in de periode 1980-2011 met 52% afgenomen, en ten opzichte van 1990 met 6% (bron: zie vogel.asp r398).

Na het topjaar 1999 (82 territoria) ging de Spreeuw ook in Meijendel gestaag achteruit met 6 territoria in 2009 als dieptepunt. In 2013 zijn hier tijdens de BMP-tellingen 30 territoria vastgesteld, voor het derde jaar op rij een steiging, in tegenstelling tot de landelijke trend (vergelijk de grafieken). In Meijendel nestelen spreeuwen voornamelijk in het bomenrijke deel rond Boerderij Meijendel, maar ze hebben in 2013 ook in kavels 7, 8 en 65 gebroed.

De precieze oorzaken van de jarenlange achteruitgang zijn nog niet bekend. Daarom riepen Sovon en Vogelbescherming Nederland 2014 uit tot het "Jaar van de Spreeuw". Resultaten van het onderzoek zijn tussentijds gepubliceerd in twee artikelen. Het nestonderzoek loopt nog door.

Vogelkenmerken

Semi-koloniale holenbroeder van halfopen graslandlandschappen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van bomen als leef-, nest- of foerageerplaats. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Kevers en torren als belangrijke prooigroep. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. fruit en bessen grote insecten Wormen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Nestjongen gevoerd met grotere insecten en grotere ongewervelden. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen. Kevers en torren als jongenvoedsel.

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.

Migratie: Overwintering of trek richting Middellandse Zeegebied. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen. Doortrekker tijdens voor- of najaarstrek.

Bescherming

Het aantal Spreeuwen in ons land neemt dramatisch af. Oorzaken worden gezocht in de intensivering van de landbouw (verdroging) en het verdwijnen van geschikte nestplaatsen in stedelijk gebied. Te veel jonge vogels overleven hun eerste jaar niet.

Vogelbescherming staat een ander soort landbouw voor. Natuurlijker en bijvoorbeeld met een hoger waterpeil. Dat doen we onder meer via de campagne 'Red de Rijke Weide'. Spreeuwen zouden op die manier gemakkelijker aan voedsel kunnen komen. Daarnaast brengen we actief mogelijkheden onder de aandacht om tuinen en parken vogelvriendelijk in te richten, waar ook de Spreeuw van profiteert. 2014 werd door Vogelbescherming samen met Sovon uitgeroepen het Jaar van de Spreeuw, om meer aandacht te vragen voor de achteruitgang van deze aansprekende soort en onderzoek te starten naar de precieze oorzaken van die grote achtergang, zodat we effectieve en meer gerichte beschermingsmaatregelen kunnen voorstellen (bron: Vogelbescherming Nederland ).