Terug naar soorten

Wielewaal

Oriolus oriolus Wielewalen

Broedvogel Rode lijst KW|
52jaren
217territoria
14hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Wielewaal
Wielewaal Foto: Michel Idre from Plaisance du Touch, France · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

Wielewalen zijn zomergasten vanaf eind april, begin mei. '♫ Kom mee naar buiten allemaal…', wie kent het liedje niet. In Nederland zitten ze vooral in het binnenland, oost en zuid-oost van onze omgeving. Meijendel behoort tot de net iets te koude noord-westelijke grens van hun verspreidingsgebied, daarom worden ze hier zelden gezien. Het voorkeursbiotoop is hoog loofbos, ook wel parken met hoge loofbomen of de laatste jaren de oudere populierenbossen van de polders. Ze overwinteren in tropisch Afrika, zuid van de evenaar.

Vooral het mannetje is een fraaie vogel om te zien met dat prachtige, opvallend gele verenkleed met zwarte vleugelvlekken en staart. Ook de rode snavel valt op. Onvolwassen vogels en vrouwtjes zijn minder opvallend van kleur. Waar ze zich dan ook ophouden, dan nog is het moeilijk er eentje te spotten, want ze houden zich hoofdzakelijk op in de kruinen van hoge bomen. Het eerste dat zijn aanwezigheid verraad is meestal de bekende wat jodelende zang: '♫ Dudeldjoho klinkt zijn lied…'.

Wielewalen bouwen hun nest hoog in een boom. Het bouwwerk van gras, vezels van boombast en worteltjes wordt kunstig in de vork van een tak gevlochten en bekleed met zacht materiaal als veren, wol of ander pluizig spul. Het legsel bestaat meestal uit 4 eieren die door beide ouders worden bebroed, de jongen worden door beide ouders gevoerd. Ongepaarde eerstejaars vogels assisteren bij het uitbroeden en de opvoeding van de jongen. Er is meestal maar tijd voor één legsel.

Ze leven van insekten zoals vlinders, rupsen en kevers die ze hoog in de bomen vangen.

Voorkomen

Het aantal in Nederland broedende Wielewalen is beperkt, in 2000 waren het 4.500-5.000 paren. Bossen op droge zandgronden worden massaal verlaten, ten gunste van bijvoorbeeld populierenbossen in de Flevopolder en in het Lauwersmeer (bron: zie vogel.asp r398). Omdat Nederland aan de rand van het verspreidingsgebied ligt kan het aantal paren sterk varieren (bron: Vogelbescherming Nederland ).

Het patroon van broedgevallen in Meijendel (grafiek boven) volgt globaal het Nederlandse (grafiek SOVON). Alleen is het absolute aantal de laatste jaren tot een enkel broedgeval gedaald.

Vogelkenmerken

Gele bosvogel, leeft verborgen hoog in loofbomen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren vliegend in de lucht. Foerageren langs randen van boomkronen. Biddend of stilhangend jagen op vliegende prooien.

Voedsel van volwassen vogels: Rupsen als belangrijke voedselbron. fruit en bessen Grotere vliegende insecten als voedselbron. grote insecten

Voedsel voor jongen: jongenvoedsel Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Hoog geplaatst komvormig nest in boomkroon. Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Tolerantie van helper- of extra individuen bij territorium of broedsel.

Bescherming

De afname in het agrarisch landschap heeft vermoedelijk gedeeltelijk te maken met verlies aan broedbiotoop (hoogstamboomgaarden en houtwallen). In het bos heeft het mogelijk te maken met verdroging (grootste verliezen in droog eiken-berkenbos en gemengd bos). Verder is de voedselsituatie voor de Wielewaal een belangrijke factor. De kans bestaat dat de Wielewaal te vaak de steeds eerder vallende rupsenpiek mist omdat hij als langeafstandstrekker te laat in zijn broedgebied aankomt. Over de problemen tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden is nog niet genoeg bekend. Ook jacht en ontbossing spelen vermoedelijk een rol in de afname van deze soort (bron: Vogelbescherming Nederland ).