Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Vooral het mannetje is een fraaie vogel om te zien met dat prachtige, opvallend gele verenkleed met zwarte vleugelvlekken en staart. Ook de rode snavel valt op. Onvolwassen vogels en vrouwtjes zijn minder opvallend van kleur. Waar ze zich dan ook ophouden, dan nog is het moeilijk er eentje te spotten, want ze houden zich hoofdzakelijk op in de kruinen van hoge bomen. Het eerste dat zijn aanwezigheid verraad is meestal de bekende wat jodelende zang: '♫ Dudeldjoho klinkt zijn lied…'.
Wielewalen bouwen hun nest hoog in een boom. Het bouwwerk van gras, vezels van boombast en worteltjes wordt kunstig in de vork van een tak gevlochten en bekleed met zacht materiaal als veren, wol of ander pluizig spul. Het legsel bestaat meestal uit 4 eieren die door beide ouders worden bebroed, de jongen worden door beide ouders gevoerd. Ongepaarde eerstejaars vogels assisteren bij het uitbroeden en de opvoeding van de jongen. Er is meestal maar tijd voor één legsel.
Ze leven van insekten zoals vlinders, rupsen en kevers die ze hoog in de bomen vangen.
Voorkomen
Het patroon van broedgevallen in Meijendel (grafiek boven) volgt globaal het Nederlandse (grafiek SOVON). Alleen is het absolute aantal de laatste jaren tot een enkel broedgeval gedaald.
Vogelkenmerken
Gele bosvogel, leeft verborgen hoog in loofbomen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren vliegend in de lucht. Foerageren langs randen van boomkronen. Biddend of stilhangend jagen op vliegende prooien.
Voedsel van volwassen vogels: Rupsen als belangrijke voedselbron. fruit en bessen Grotere vliegende insecten als voedselbron. grote insecten
Voedsel voor jongen: jongenvoedsel Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Hoog geplaatst komvormig nest in boomkroon. Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Tolerantie van helper- of extra individuen bij territorium of broedsel.