Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De vlucht lijkt wat onhandig, met snorrende vleugelslagen, licht golvend laag over het riet. Ze klauteren daarentegen behendig door het riet, op zoek naar voedsel. Het geluid is vooral een nasaal klinkende contactroep, ietwat explosief van karakter. De zang is wat gepruttel, doorspekt met roepjes.
De Baardman is een uitgesproken rietvogel die zeer specifieke eisen aan dit riet stelt. Hij heeft een voorkeur voor relatief grootschalige, opgaande en overjarige rietvegetaties die permanent of periodiek in water staan. Deze rietmoerassen hebben bij voorkeur een grote randlengte aan min of meer beschutte rietoevers en een deel van het riet dient van een onderlaag te zijn voorzien. De terreineisen zijn verklaarbaar op grond van de nestplaatskeuze (onderlaag van moerasvegetatie boven droge grond of ondiep water) en foerageerwijze (met name in riet in water zonder onderlaag langs oevers). Daarnaast is een oppervlak gemaaid rietland van belang voor de winteroverleving [1].
Baardmannen komen in geheel Europa voor en van Zuid-Europa via Rusland dwars door Centraal-Azië tot aan Mandsjoerije. De Europese populatie is nogal versnipperd. De Baardman is hoofdzakelijk een standvogel, de omvangrijkste populatie in Nederland is in de Oostvaardersplassen.
Baardmannen zijn monogaam. Samen bouwen het paar een nest van riet en zeggebladeren, laag boven de grond; het wordt bekleed met rietpluimen. Er komen 5-7 eieren die door beide ouders worden uitgebroed. De jongen worden ook door beide gevoerd. Er is meestal een tweede leg en soms een derde, zodat de reproduktiegraad hoog is.
Na het broedseizoen zwerven ze vaak wat rond, ook buiten het broedgebied, maar de Nederlandse broedvogels blijven in principe in het land. Dan kunnen ze ook worden aangetroffen in kleinere rietvelden. De Baardman leeft van insecten en spinnen, maar gaat in de winter over op rietzaad.
[1] Bron: Terreinkeus van porseleinhoen, snor en baardman in Nederlandse moerasgebieden. (R.M.G. Hut, Bureau Waardenburg bv).
Voorkomen
Sterfte in strenge winters kan aanzienlijk zijn, maar wordt vaak snel gecompenseerd door hoge reproduktie resultaten. Ze brengen soms tot 4 broedsels groot. Daarmee blijft de populatie redelijk stabiel, zij het met behoorlijke uitschieters (bron: zie vogel.asp r398).
Vogelkenmerken
Rietspecialist; insectivoor in broedseizoen, rietzaadeter in winter.
Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren op slikranden, modderige ondieptes of opdrogende moerasplekken. Gebruik van rietvelden met een laag oud geknikt of gebroken riet. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Rietzaad, lisdoddezaad of vergelijkbare moerasplantenzaden als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Nest in rietvegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Los gegroepeerd broeden of beperkte territoriale exclusiviteit; geen strikte kolonie. Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.