Terug naar soorten

Graszanger

Cisticola juncidis Graszangers

Rode lijst GE|
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De kleine, compacte Graszanger (10-11 cm) is te herkennen aan een zandkleurig kleed met op de rug en kruin donkere strepen. De staart is kort en afgerond, met zwart-witte veertoppen. De keel is wit, de onderkant grijs-wit met roodbruine flanken. Het is een onrustige vogel die al scharrelend voortdurend met staart en vleugels wipt. De Graszanger zingt in een wat golvende vlucht en is dan goed waar te nemen, verder is het een schuwe vogel die zich meestal verborgen houdt in dichte vegetatie.

Graszangers hebben als broedbiotoop een voorkeur voor vlak en droog terrein, bij voorkeur zonder bomen maar met hoge grassoorten. Ook broeden ze in graanvelden. Het mannetje bouwt een peervormig nest met een kleine opening aan de bovenkant, in de begroeiing. Meestal zijn er twee broedsels, in goede jaren soms zelfs drie.

Graszangers zijn standvogels, maar bij veranderingen in weer of habitat, zoals bij koude of maaien, verplaatsten zij zich al snel. De kleine zanger leek zich vanaf 1972 in Nederland te gaan vestigen als jaarlijkse broedvogel. Dit paste in de al tientallen jaren durende noordwaartse uitbreiding van het Zuid-Europese broedgebied. Maar ze zijn erg koudegevoelig en strenge winters maken telkens een einde aan de groei. De verspreiding blijft, in goede en slechte jaren, grotendeels beperkt tot Zeeland.

Voorkomen

De Graszanger is de afgelopen jaren behoorlijk in opmars. Maar zo snel als deze soort het areaal uitbreidt, zo snel kan het ook weer verdwijnen. Dat bleek ± 35 jaar geleden, toen streng winterweer een abrupt einde maakte aan het plotselinge succes. Winters met relatief grote aantal vorstdagen kunnen opnieuw voor een terugslag zorgen. Lees het artikel in SOVON-nieuws van jan. 2009.

Enkele strenge winters rond 1985 maakten een eind aan de aanvankelijke opmars van de Graszanger. Vanaf het jaar 2000 is er een opbloei gaande die in sommige jaren tot meer dan een honderdtal territoriale vogels leidde. Enkele koudere winters rond 2010 zorgden echter wederom voor instortende aantallen. De broedpopulatie was 15-20 paren in 2016 (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Bescherming

In Nederland broedt een hele kleine populatie vooral in Zeeland. Daarom staat de soort op de Rode lijst van Nederlandse broedvogels. Strenge winters doen aantallen kelderen, maar na een aantal jaren is de soort weer op zijn oorspronkelijke aantal (bron: Vogelbescherming Nederland ).